Mantelzorger, wees zuinig op jezelf

Vandaag vieren we als Stichting SWOS de Dag van de Mantelzorg. Dat is rijkelijk vroeg, de datum dat deze dag landelijk op de agenda staat is 11-11, het feest van Sint Maarten. De relatie tussen mantelzorg en Sint Maarten heb ik eerder uitgelegd.

Waarom we het eerder vieren? Dat heeft te maken met de herdenking van de slachtoffers van de ramp met de MH17 die ook op die dag gepland is. En omdat we voor vandaag een prachtig programma in het Zilvermuseum kunnen aanbieden.

In ons jaarboekje dat in juni verscheen heb ik onderstaand stukje gezet:

“Mag ik u even wat vragen?”

“Mij? Ja hoor. waar gaat het om?”

” U bent toch mantelzorger?”

Volgens de statistieken zou één op de vijf Schoonhovenaren boven de 18 die vraag met ja moeten beantwoorden. Ze moeten bovengemiddeld steun verlenen aan iemand in hun directe omgeving. Hun gehandicapte kind, inclusief degenen die een paar letters toegeworpen kregen en met een rugzakje hun schoolcarrière doorlopen. Of een van de ouders, ernstig ziek, in een rolstoel beland, noem maar op. Of hun partner, een buur die extra aandacht nodig heeft. En hoort u niet bij die één op de vijf dan kent u vast wel iemand in uw omgeving.

“Ja, dan ben ik een mantelzorger, maar dat is toch normaal? Je kunt je moeder toch niet aan haar lot overlaten?”

“Nee, natuurlijk, en inderdaad, het is ook normaal, gelukkig dat u het zo ervaart. Kunt u het alleen aan?”

” Eh, ja hoor, tot nu toe wel.”

” Ik hoor enige aarzeling, het is soms best zwaar, nietwaar?”

” Inderdaad, maar ik doe het toch graag.”

“Mooi, totdat u er zelf aan onderdoor gaat, dat u toe bent aan rust, dat u de situatie niet meer aankunt en instort. En daar is niemand bij gebaat, U niet, de mensen om u heen niet, de verzorgde al helemaal niet.”

“Tja, daar hebt u eigenlijk wel een punt!!”

“Weet u, komt u eens praten met onze mantelzorgondersteuners. Misschien kunnen we uw taken wat verlichten. Misschien kunnen we eens een keertje een paar uurtjes zorg van u overnemen zodat u weer eens iets voor uzelf kunt doen. Misschien heeft u behoefte aan contact met lotgenoten om ervaringen uit te wisselen. Misschien is een luisterend oor genoeg. Ik zou het doen!”

Wij bieden die ondersteuning in Schoonhoven, bij menig andere welzijnsorganisatie, waarschijnlijk ook die in jouw omgeving kun je ook terecht. Heb je ondersteuning nodig, vraag er dan om. In je eigen belang, in het belang van degene voor wie je zorgt, in het belang van de mensen om je heen.

Een ( ongeluks) dagje uit het leven van Hennie van B.

Weer eens een gastblogje van Jan Spier, oud diender te Utrecht.

Het was in de tijd, dat ik bij de bereden brigade dienst deed. ( Those were the days )

Op een middag, mijn goede collega Hennie van B., was in de manege ( toen nog aan de Kaap Hoorndreef) om een jong paard de kneepjes bij te brengen een goed politiepaard te worden. Ik was doende met stalwerkzaamheden, o.a. het onderhoud van tuigage e.d.

Opeens hoorde ik vanuit de “bak” zoals de manege genoemd wordt, een hoop kabaal en geschreeuw.

Ik repte mij naar de plaats des onheils en daar zag ik Hennie kreupel lopend en met een van pijn verwrongen gezicht de stal in komen.

“Wat is er gebeurd,?” vraag ik bezorgd.

“Hij heeft me er ***  eraf gegooid, de rotzak, denk je soms, dat ik altijd zo afstap,“ was zijn commentaar.

“Neen,” zei ik sussend,” dat  doet men altijd op een correcte manier volgens de richtlijnen van  het handboek.”

“Ik wilde hem een hoek in hebben,”zegt Hennie, “maar dat kreng weigerde en toen begon hij plotseling te bokken, het leek wel een rodeo en toen gooide hij mij eraf.”

Aangezien ik vermoedde, dat hij wel eens iets gebroken kon hebben of een verwonding, gelet op de hevige pijn aan zijn heup, drong ik er op aan dat hij eerst ging liggen en daartoe legde ik snel wat strobalen in het hooi- en strohok op een rijtje.

Maar eigenwijs als hij kon zijn, weigerde hij dat. “Gaat wel weer over,” was wat hij met een van pijn verwrongen gezicht zei.

Heel wat overredingskracht was er nodig om hem zover te krijgen dat hij uiteindelijk op de strobalen ging liggen.

( Ik moest ondertussen ook even aan de woorden denken van onze helaas te vroeg overleden collega Peter van Z., die mij eens tijdens een discussie toevoegde: “Jan, jij bent zo eigenwijs, als ze  jou in het water smijten drijf je van eigenwijzigheid tegen de stroom in.”

Zou er dan behalve mij  nog iemand zijn die daarvoor in aanmerking kwam?

Maar goed, daar lag hij dan op de strobalen; nu hem nog zo ver zien te krijgen dat hij zijn rijbroek laat zakken, zodat ik kon zien of hij een verwonding had o.i.d

De lezer raadt het al, opnieuw was er weer discussie nodig. Maar tenslotte wurmde hij zijn rijbroek tot aan zijn knieën omlaag. Terwijl ik in voorovergebogen houding zijn melkflessen aan een “deskundig” onderzoek onderwierp, wat te drommel, ik was toch niet voor niks geabonneerd op een medische encyclopedie, ging plotseling de deur van het hooihok open en in de deuropening stond niemand minder dan de marktmeester himself.

“Goedemiddag heren,” sprak hij met enigszins schrille stem het toneel overziende en kennelijk met zijn houding geen raad wetend, “ik wilde nog even iets doorgeven voor de aanstaande markt.”

Wij hadden natuurlijk iets uit te leggen en langzaam zagen wij de twijfel die aan hem knaagde   verdwijnen. Ach, als je dat gezicht van die man gezien had….

Maar het verhaal is nog niet af. Ik belde met de 1 e hulppost van het Overvecht Ziekenhuis.

We mochten direct komen. “Ik zet een rolstoel voor u klaar,” sprak een bezorgde verpleegkundige. Dat wordt een nieuw probleem bedacht ik onderweg. Hoe krijg ik hem in uniform in een rolstoel?

Uiteindelijk lukte het mij hem in de rolstoel te krijgen en zo reden we dan door de gang naar de goede afdeling. Laten nou net de automatische deuren de verkeerde kant open gaan die met een bonk tegen de rolstoel kwamen, hetgeen een kreet van pijn opleverde.

Even later komt een man ons in de gang tegemoet die Hennie toeroept:

“ Zeg ben je misschien te lui om te lopen?”

Ik kon hem nog bijtijds in zijn kraag grijpen, anders was hij de rolstoel misschien nog uitgekomen om die man aan te vliegen.

Gelukkig bleek na onderzoek, dat er niets gebroken was. Alleen een behoorlijke kneuzing was  wat hij aan de training  van een onwillig paard overhield.

s’ Avonds, bij thuiskomst, kreeg Hennie in ieder geval een hartelijke ontvangst van Letty, zijn wederhelft, die, terwijl hij kreunend van de pijn de trap beklom, hem verwelkomde met de woorden: “Wat loop jij nou te stuntelen op de trap, ben je soms dronken?”

Hoe het verder die avond in huize van B. is gegaan vermeldt de geschiedenis niet.

Hennie verscheen de volgende dag wel degelijk op het werk.

Eens een marinier, altijd een marinier.

 

 

Jan Spier.

Telefoongids/ Gouden Gids

scannen0002Ik heb al sinds jaar en dag een (gratis) abonnement op de Telefoongids/ Gouden Gids. Jaarlijks ploft een kilo papier in onze brievenbus. Papier dat we een plekje geven in een la om het er vervolgens uit te halen wanneer er een jaar later een papieren update gekomen is. Wanneer ik een telefoonnummer nodig heb kijk ik immers even op internet, dat is nagenoeg altijd bij de hand.
Pure verspilling dus, al dat papier. Die bomen die voor zo iets onnuttigs gekapt zijn, doodzonde.

Het is niet langer nodig, op datzelfde internet vind je een formulier dat in no time ingevuld en verzonden is. Goed voor het milieu en de rug van je postbezorger. Alleen de sportvereniging die je oud papier krijgt zal er misschien minder blij mee zijn.

Ongeveer een kilo sukadelappen

Doorgaans eten we maar met tweeën en dan is een kilo vlees best wel veel. We doen er dan zo’n drie maaltijden mee. En dat is maar goed ook, dat vlees moet uren sudderen! Maar er is zoveel mee mogelijk. In eerste instantie maakte ik vaak een boeuf bourgignon, José koos voor een Indische variant. Een deel werd met plezier genuttigd, de rest verdween in de vriezer, dat komt altijd later nog eens van pas. Maar ook een lapje draadjesvlees is natuurlijk niet te versmaden. Deze keer heeft het vlees met niet veel meer dan een laurierblaadje gesudderd. De eerste keer aten we het, zeg maar naturel met rode kool. De tweede keer werd een deel ingezet voor een ouderwetse hachee, we aten hem met spruitjes. niet te versmaden. En de laatste stukken smulden we gisteren van, aangekleed als een Griekse stifado, met ui, knoflook, tomaten en kaneel. En op die manier heb je drie verschillende, maar heerlijke maaltjes,
Ik weet het, mijn moeder. Als we vroeger draadjesvlees hadden wisten we het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, zondagmiddag zijn er zelfgemaakte kroketten op brood! Sommige dingen vergeet je al je levensdagen niet!

Herfst, ik wil herfst!

Ik heb er geen tijd meer voor, dat mooie weer. Er blijft langzamerhand echt teveel werk liggen. Werk dat ik voor me uitschuif omdat ik liever buiten speel. Oh, sorry, nee dat is het niet, ik geef andere dingen prioriteit. Zonder gekheid, er blijven dingen liggen door het aanhoudende mooie weer. Maar als ik de weermannen en -vrouwen mag geloven dan kan ik de komende dagen vooral achter computer en telefoon zitten. En ik kan me voorbereiden op een nieuwe ‘Warhol’. Ook dat is nodig
De komende week moet, kan en ga ik dus aan het werk!

#50books 42-’14

Schrijf jij wel eens korte verhalen en waar haal je de inspiratie vandaan?

marokkaans koken0001Mijn trouwe lezers weten het wel, af en toe schrijf ik iets, gevonden in een van mijn duimen. Soms hebben ze dat niet eens direct door, lijkt het of het echt gebeurd is. Maar ik zet het er altijd bij, onder het blog staat de categorie en fantasie komt bij mij uit de duim. Daarmee is meteen het tweede deel van de vraag beantwoord, inspiratie komt uit mijn duim!
Gisteren nog vond een fictieve, reeds lang geleden overleden oma een weg tot dit blog. Maar ook eerder schreef ik korte verhalen. He begon met fictie vanuit opdrachten op een schrijvershyve. In mijn boek, Marokkaans koken en andere verhalen zijn diverse voorbeelden te vinden. Ook in de bundels waaraan ik een bijdrage leverde staan resultaten van mijn fantasieën. En wat dacht je van de serie Het witte huis aan de Voorhaven, de historische context mag dan juist zijn, de rest is absoluut een verzinsel!
Wat die inspiratie betreft, uit mijn duim is misschien een flauw antwoord. Nu, goed, ik heb vaak genoeg aan een half woord, aan een gedachtekronkel als gevolg van iets wat ik lees of zag gebeuren.

Er is meer tussen hemel en aarde

Het komt niet zo vaak voor dat de familie bijeen komt. Vroeger ja. toen oma nog leefde, maar die is alweer zeven jaar dood. Goh, die wist de boel wel bij elkaar te houden, die strooide smsjes, wat wij niet vertelden hoorden de anderen wel via haar. Ik weet niet meer van wie het idee kwam maar haar mobieltje ging mee in haar graf.
Vandaag hadden we een familiereünie. Neef Gert nam het initiatief. We hadden geen andere verplichtingen dus gingen we, ach, leuk om weer eens wat neven en nichten te zien. Ik kan zonder hoor, daar niet van.
Gert vertelde dat hij onlangs een smsje van oma gehad had. ‘Geniet van het leven’, was haar boodschap. Nu komt er op mijn smartphone van alles voorbij maar ik herinnerde me vaag dat bericht gezien te hebben. Niet dat de inhoud toen tot me doordrong, er passeert zoveel! En er waren er meer, soortgelijke reacties. Het lijkt erop dat Gert niet als enige dat bericht ontvangen had.
‘Ik heb oma bedankt voor de aanmoediging, gezegd dat we dat zeker doen!’. Gert is duidelijk de enige, de rest heeft net als ik het bericht genegeerd. Maar of dat wijs was? Er volgde een, vertelde Gert, hele chat, dagen duurde het. Oma spuide, als vroeger, haar wijsheden, Gert kon er nauwelijks een zinnig woord tussen krijgen. Niets nieuws onder de zon, dacht ik nog. Maar oma is al jaren dood. Wat gebeurt hier?
Mijn, als altijd nuchtere nicht Carla wees ons erop dat we oma wel haar mobieltje meegegeven hadden. Mijn vrouw reageerde daarop dat die batterij dan toch wel na al die jaren leeg had moeten zijn, zij legt haar telefoon ieder dag aan de beademing. Gert meldt intussen dat hij oma bericht heeft dat we eindelijk weer eens als neven en nichten bij elkaar zijn.
Dan hoor ik overal geping, allerlei melodietjes, signalen die erop duiden dat er een bericht binnenkomt. Nieuwsgierig open ik mijn tekstbericht. oma zegt mijn beeldscherm. ‘Blij dat jullie elkaar niet vergeten, wou dat ik erbij was!’.
De anderen ontvangen hetzelfde bericht! Hier en daar zag ik mensen een tekstberichtje intikken, kennelijk een reactie naar oma. Zelf heb ik dat niet gedaan, te verbouwereerd, denk ik.

Een kwartiertje later krijgen we allemaal weer een berichtje. De telefoonmaatschappij blijkt het nummer van oma dat langdurig niet meer gebruikt werd aan een ander gegeven te hebben. Door een foutje met het complete adressenbestand, wat in het geval van oma al haar kinderen en kleinkinderen betekende. De nieuwe eigenaar begreep door de reactie van Gert die een voor Alf bestemd bericht kreeg hoe de vork in de steel zat, hij had bij nader inzien aan All geadresseerd, en wilde het spel wel even meespelen. Arme oma, dat ze dit niet meer mee mocht maken!