Stoptober

Het is feest vandaag, vanaf acht uur loopt de woonkamer vol, ooms, tantes, vrienden. Er is er een jarig. Moeder schenkt de koffie en laat de gebaksdoos rondgaan. Op tafel staan wijnglazen met sigaretten, drie soorten. Een met filter, een zonder en menthol. In het midden een sigaar, een tussenmaatje. Een gewone verjaardag in de vijftiger/ zestiger jaren, bijna overal hetzelfde beeld.
Het was dan ook heel gewoon dat ik rond mijn vijftiende begon te roken. Eerlijk gezegd al stiekem toen ik een jaar of twaalf was, Silky, goedkoop bocht.
En ik heb het volgehouden, dat roken, zij het met een paar onderbrekingen, tot ik 42 was. Een paar pogingen te stoppen strandden, eentje pas na bijna drie jaar. Je denkt er vanaf te zijn, er af en toe eentje voor de gezelligheid mee te kunnen roken. Maar na verloop van tijd ben je toch weer verkocht.
Toen de jongens in de laatste klassen van de basisschool zaten werd de druk van hen me te groot. ‘Je weet toch dat roken heel ongezond is?’ Ja hoor, ik weet het! En ik ben toen van de een op de andere dag gestopt. Ik weet nog goed, het was in de herfstvakantie, we hadden een bungalowtje in Brabant gehuurd en het weer was de hele week verschrikkelijk. Ik heb de in voorraad zijnde sigaren en sigaretten resoluut weggegooid en ben er nooit meer opnieuw aan begonnen. De eerste maanden waren verschrikkelijk, voor mijn directe omgeving dan. Want ik dacht dat ik redelijk eenvoudig afkickte maar schijn toch behoorlijk chagrijnig geweest te zijn.
Ik had het veel eerder moeten doen. Hoewel mijn longen al vele jaren schoon zijn, ze zijn er niet onbeschadigd vanaf gekomen. Ik begin de dag met een pufje of wat, luchtwegverwijders, mijd plekken waar gerookt wordt. Ik krijg het spaans benauwd als er vuurwerk wordt afgestoken of als er ergens een vuurkorf in de buurt aangaat.
Maar ik ervaar ook dagelijks de voordelen.
Stoptober, het kan natuurlijk iedere dag maar als je wat steun nodig hebt, stop dan deze maand, wat zeg ik, deze dag. Bijt door de zure appel en hou vol, het gaat je steeds beter af. Je doet er veel mensen een plezier mee. En wat nog belangrijker is, jezelf en je eigen gezondheid!

Het lieve leventje …

Het lieve leventje is weer begonnen. De Griekse goden zullen voorlopig niet meer opdraven in mijn blogs, er zijn geen vakantie-ervaringen te delen. Tijdens een gezellig ontbijt bij de SWOS namen we vanochtend afscheid van Marina, officieel vanaf morgen neemt Marjolein het stokje over. We moeten maar eens overwegen bij een volgende sollicitatieronde aan te geven dat dames, wier voornaam met Mar begint niet hoeven te reageren. Marry, Martine, Marijke, Marina en nu dus Marjolein, we willen ons nog wel eens verslikken. Onzin natuurlijk, we hebben er alle vertrouwen in dat het weer goed gaat komen.
Verder even over een aantal zaken bijgepraat en nu thuis de e-mails binnenhalen en, voor zover nodig, erop te reageren.
Intussen heeft de wasmachine haar eerste rondjes gedraaid en ligt er al wat strijkgoed te wachten. Dus maak je geen zorgen, deze jongen zal zich voorlopig niet vervelen.
Zeker ook vanmiddag niet, onze kleinzoon gaf aan dat hij oma en opa toch wel erg gemist heeft en komt straks dus even langs.

Helios en Poseidon

Toen we gisteravond zagen hoe Helios als een rode vuurbal in de armen van Poseidon verdween realiseerden we ons dat we op weg waren naar ons laatste avondmaal, dit jaar in Griekenland. Moussaka zou het worden, Griekser kan haast niet. Een, wat je noemt eenvoudige doch voedzame maaltijd. De koffers zijn weer gepakt, dadelijk vertrekt onze bus naar het vliegveld en vroeg in de middag landen we op Schiphol. Het zit erop, het gewone leventje gaat weer beginnen. Ik heb me voor de vergadering van vanavond nog afgemeld maar morgenochtend wacht een werkontbijt. En de eerste oppasuurtjes voor onze Rolan zijn ook weer geboekt.
Het zit erop, het is weer mooi geweest. De eerste dagen bij elkaar bijna 700 autokilometers om Lesbos te verkennen en de highlights te zien, absoluut de moeite waard. En daarna menig kilometer gewandeld, goed dat we onze wandelschoenen meegenomen hadden, en de naaste omgeving gezien. Het boek Septemberlichten van Carlos Ruiz Zafon heb ik in een ijzige adem uitgelezen. Hoe De Indringer van Hakan Östlundh afloopt kan ik je ook vertellen. Aan Karl Ove Knausgards Vader ben ik begonnen, het kon me niet boeien. Er staan nog een paar Sudoku’s in het puzzelboekje, voor onderweg.
En, zoals Helios zich straks weer omhoog zal werken beginnen wij na te denken over onze volgende vakantie. Vakantie vieren is immers core business voor een pensionado!
image

Spiros en Erik

Wie gewend is klok te kijken en zaken op de minuut te plannen wordt hier doodongelukkig. Neem het zoals het is, eet een uurtje later, maak je niet druk over de tijd. Dat advies indachtig namen we tegen kwart voor vier het trapje naar beneden, naar het terras van restaurant Kastro, wat zoveel als kasteel betekent. Een late lunch, het wat te eten is dan minder belangrijk dan iets te eten. Slechts twee tafeltjes zijn bezet, achterin zit iemand van het bedienend personeel, ongeveer midden op het terras zitten een Griek van middelbare leeftijd, een oude hippie en een dametje dat qua leeftijd de tachtig gepasseerd zal zijn. De ober brengt ons de menukaart en we maken onze keuze. Ondertussen kunnen we, of we willen of niet, niet om het gesprek dat aan die andere tafel passeert heen.
De oude hippie, woeste ietwat rossige baard, haar in een paardenstaart tot diep tussen de schouderbladen, een zwierige zwarte hoed op en verder ook geheel in het zwart, en de oude dame waren me al een dag eerder opgevallen. Ze slenterden toen ogenschijnlijk doelloos door de straatjes van Molyvos.
De hippie vertelt een verhaal over het lafhartig neerschieten van een adelaar, jaren terug op dit eiland. En de Griek corrigeert, het was iets anders gegaan maar goed, het was lafhartig. Zoiets doe je niet, waarom een adelaar neerhalen. Als je een veer wilt hebben, doe dan als de indianen, bouw een hinderlaag, leg er een dood konijn op en als er een adelaar op afkomt, pak hem bij zijn poten, ruk een staartveer los en laat het goddelijke dier weer gaan. De mannen zijn het eens en slaan hun glazen Mytros ter bezegeling tegen elkaar. De voertaal is hoofdzakelijk Engels al gaan ze soms even, ongemerkt over op Grieks.
De oude dame mengt zich in het gesprek en meldt dat haar zoon aan een soort afscheidstournee bezig is. Zijn hart staat op het punt het te begeven. De hippie bevestigt het verhaal, nog eenmaal wilde hij terug naar zijn geliefde eiland, nog eenmaal wilde hij hier zijn oude vrienden bezoeken. In de ogen van de Griek glinsteren tranen, zijn maat van weleer had niet lang meer te leven. Hij pakt zijn I-phone en vraagt de hippie zijn telefoonnummer erop in te voeren.
‘Hè, Erik met een k, ik heb het altijd met een c geschreven! Waar woon je eigenlijk?’
‘Met een k, ik stam af van de Vikingen en ik kom uit Den Haag, of liever Rijswijk.’ Zolang hij Engels sprak kon ik dat niet horen maar aan Rijswijk hoorde ik duidelijk dat het een Hagenees is.
De Griek wendt zich tot ons, waar we vandaan komen? En als we melden dat we uit Holland komen vertelt hij het verhaal dat al langzaam duidelijk was geworden. Dat ze elkaar in geen tien, twaalf jaar gezien hadden Dat hij zijn zoon van school kwam halen en aan de vroege kant was dus even op dit terras iets wilde drinken. En dat hij direct zijn oude vriend herkende en in de armen sloot. De mannen slaan hun glazen bier weer tegen elkaar en nemen een slok.
De oude dame, de moeder van de hippie dus, komt naar ons toegelopen. Ze vertelt van de ernstige ziekte van haar zoon en van zijn laatste wens, nog eenmaal terug naar zijn eiland te gaan. Ze vertelt dat ze van haar spaargeld de vakantie geboekt heeft en dat ze de eerste dagen ervan gemist hebben. Dat haar zoon, Erik, eenmaal op Schiphol, geen paspoort bij zich bleek te hebben, op van de zenuwen als hij was. Dat ze terug moesten en vier dagen moesten wachten op het volgend vliegtuig. En dat ze blij was nu hier te zijn en te genieten van het feit dat haar zoon genoot.  Daarna gaat ze terug naar haar eigen tafel waar de Griek verdwenen is. ‘ Even zijn zoontje van school halen’, zegt Erik, ‘Spiros komt zo weer terug. Ik haal even nog een paar biertjes, jij een wit wijntje?’
En vervolgens vertelt hij zijn moeder over de band die hij vanaf de eerste dag met Spiros had. Over de muziek die Spiros speelt, volgens zeggen een virtuoos. Over het bedrijf waar ze samen voor werkten en over de ondergang van een hotel. We kunnen er eigenlijk geen touw meer aan vast knopen, alles loopt nu door elkaar.
Als Spiros met zijn zoontje terug komt is ons bord leeg. We rekenen af en vertrekken, het drietal nog een fijne periode tezamen toewensend. Ze heffen het glas, jammas, proost!

Pan en Demeter

image

Gisteren hebben we een wandeling gemaakt, dwars door de velden, over de berg. Een flinke tippel maar mooi. Het weer was er ideaal voor, bewolkt en niet al te warm. Een stevige bries toen we eenmaal op hoogte waren. Het eerste stuk liepen we op een verharde weg maar na een kilometer of twee hield het asfalt op. We waren daarop voorbereid, eigenlijk verwend want een groot deel was op de kaart als onverhard ingetekend. Op het slechte stuk was het maar goed dat we onze wandelschoenen aan hadden, steun aan de enkels en goede zolen zijn hier dan geen overbodige luxe. Als ik mijn rust maar neem gaat het wandelen me prima af, gelukkig.
Op de berg lopen grote kuddes schapen, zowel geschoren als ongeschoren. Het is, als het om de wol gaat, kennelijk oogsttijd. Lager komen we langs olijfgaarden vol vruchten. Hier en daar liggen stapels netten klaar die binnenkort onder de bomen gelegd worden om de uitgeschudde olijfjes op te vangen. Ook hier nadert dus de oogst, evenals verderop waar we velden met pompoenen en meloenen zien, waar het graan wuift in de wind en waar de de aardappels uit de grond gehaald worden. De boeren zijn er maar druk mee.
En zo is Demeter, de godin van de landbouw aan het werk in de drukste tijd van het jaar. En beschermt Pan zijn herders en schapen al deelt hij af en toe een plaagstootje uit. Dan laat hij geluiden uit het omringende bos komen die de herders de stuipen op het lijf bezorgen. Dan breekt er even pan-iek uit. De Griekse goden houden wel van een geintje.

Wat de olijven betreft, men claimt hier de beste van heel Griekenland te oogsten. De vruchten worden vervolgens voor langere tijd gemarineerd in zeewater en verkleuren dan. Hoe donkerder, des te beter, van groen via paars naar zwart. Het is maar dat je het weet!

Morpheus

We zijn min of meer aangewezen op de benenwagen. De eerste dagen hadden we een huurauto en hebben we het eiland verkend. Maar nu is het toch vooral lopen geblazen. Ons appartement ligt een klein half uur lopen van Molyvos. Dat wil zeggen, als we over de weg gaan, het wandelpad is mooier en iets langer. En dan ben je pas op het startpunt, klimmen naar de middeleeuwse binnenstad of het kasteel, dalen naar de gezellige haven. Of de bus of het toeristentreintje naar het volgende plaatsje. Dat doen we dan heen of terug, de andere kant op nemen we een wandelpad. En zo komen we deze dagen wel aan onze beweging. Want ook ‘s avonds lopen we nog eens naar het dorp, nu om een hapje te eten. Terug kunnen we dan de hotelbus nemen, lopen is dan onverantwoord op de donkere wegen met hun voorbij razende auto’s en motoren. Dat busje gaat overigens maar een paar keer per dag en gisteren hebben we er vergeefs op gewacht, de chauffeur was onverwachts in een zwaar gesprek beland en de tijd vergeten. Uiteindelijk hebben we maar een taxi genomen, het hotel nam de rekening daarvoor over.
Als je dan om half elf  even zit, een slaapmutsje bij de hand, dan gaan de gedachten al snel uit naar de god van de slaap. En dus sluit ik dit blogje maar af en plan publicatie in zodra ik in de buurt van een wifi-verbinding ben. Ik zoek de rust in Morpheus armen en laat me morgen door Orpheus’ gezang wekken.

Zeus

Delegeren is een groot goed maar sommige dingen kun je het best zelf doen als je het voor het zeggen hebt. Zaken die nogal snel tot discussie leiden, dan kun je beter je gezag laten gelden om ellenlange besprekingen te voorkomen. Zo ongeveer zal de Griekse oppergod, Zeus, gedacht hebben toen hij besloot het weer niet uit te besteden aan een van de andere goden. De aarde, prima. de zee, laat een ander dat maar doen. De liefde, de jacht, het dodenrijk? Hij kon altijd nog ingrijpen. Maar het weer, zon, wind, regen, de een wil dit, de ander vindt dat voor zichzelf het beste. Nee, dan doe ik het maar zelf. Daar komt bij, je kunt bestraffend optreden, gericht of tegen de massa. Je kunt belonen, helpen, en je kunt een beetje plagen. Wat wil een oppergod nog meer?
Dus, of je het nu leuk vindt of niet, af en toe krijg je een goedbedoelde en welgemikte plens op je kop. Gistermiddag bijvoorbeeld, we hadden net onze lunch op en moesten naar binnen vluchten. Tien minuten later konden we verder, de straten stonden blank maar de zon brak al weer door. De wind kwam helpen het eiland weer droog te blazen. Die Zeus toch!