Dick Bruna

op een dag zei vader pluis
wie gaat er met me mee
naar de duinen en het strand
en naar de grote zee

Of de quote helemaal klopt, ik heb het niet geverifieerd, maar zo zit die eerste bladzijde in mijn hoofd. De eerste bladzijde van een van die Nijntjesboekjes die ik voorlas aan de jongens, dertig jaar geleden. Of

nee nee zeiden de dametjes
nee nee dat gaat niet hoor
dat meisje heeft geen kroontje op
nee nee dat gaat niet door

IMG-20140723-WA0000

Stapels van die boekjes en de kinderen genoten van ieder woord. Ik ga ze weer opzoeken, voor onze kleinzoon, Rolan. Ik heb nog even de tijd maar ook voor hem zal het leuk zijn. Dank, Dick Bruna, voor deze kunstwerken en de fijne herinnering!

Toerist in eigen land

SAM_2649In een weekend de Zaanse Schans, Volendam en Marken doen, dat is bijna het tempo  dat Chinezen, Japanners en Amerikanen nodig hebben om Holland te zien. Nou ja, die pakken dan ook nog de kaasmarkt in Alkmaar en de Keukenhof mee, dat laatste als het seizoen het toelaat. De volgende dag nemen ze dan Antwerpen, Brussel en Gent om vervolgens in de omgeving van Parijs te overnachten.
Het hoorde erbij maar we fietsten ook langs het Wormer en Jisper veld, een prachtig natuurgebied, we hadden het al eens per fluisterboot ontdekt. We fietsten door de Beemster, ingepolderd door Leeghwater, we genoten van de pontjes die ons puur op handkracht, onze eigen handkracht, naar de overkant brachten.
Ons hotel, direct tegenover het station van Zaandam, lijkt opgebouwd uit Zaanse huisjes, het stadhuis erachter ook. Het is er allemaal kort geleden neergezet. We kijken vanuit de hotelkamer uit over een stukje oud Zaandam, waren eerder al langs Batavia en Verkade gereden. Hollands glorie uit de Gouden Eeuw, de tijd van de Oost Indische Compagnie. Albert Heijn was dicht om vier uur maar een heerlijk maaltje lieten we ons op de Dam bereiden. Aan tafel, de uitnodigende naam van het restaurant hebben we maar gehoorzaamd, aangespoord door de goede recensies op Iens. Het borreltje, elders op een terras op diezelfde Dam smaakte.

Luctor et emergo

Het regent, het regent, de pannen worden nat. Ach, als het niet meer is dan valt het wel mee. Maar het was meer, veel meer. Maandag in het midden en westen van het land, vandaag in Oost Brabant en Limburg. Het was meer, het goot, het goot, water liep uit de sloot. Ook hier kon de riolering, respectievelijk de droge grond het aanbod niet aan. Hier en daar een benedenverdieping onder water, straten waarop je kon varen. Wat schade, voor zover ik weet bleef het daarbij. Verzekering dekt de schade, de laminaatverkoper is er blij mee. Spectaculaire beelden op de social media zoals een koude douche op het Utrechtse Hoog Catharijne, goed dat die vallende stukken plafond niemand troffen. Grappige beelden als het filmpje waarin de kinderen op hun fietsjes door twintig centimeter water crossen, spetterpieterpater. Of de jongen die met een opblaasbaar bootje door de rivierenbuurt dobbert, het haalt het journaal.
Maar ook een dreigende dijkdoorbraak in Alphen aan de Rijn en een bewoner van Kockengen die voorzichtig zijn keuken binnenstapt, per stap een stukje verder in het water, uiteindelijk bijna tot zijn knieën. Een dijkgraaf die weet te melden dat het nog wel jaren en een  forse investering zal kosten voor dat soort problemen zijn opgelost.
Het is een niet aflatende strijd met de natuur en dan vooral met het water. De prijs die we betalen voor Hollands glorie, het winnen van land op het water. De natuur geeft niet graag haar verlies toe, heeft ook nog niet verloren.
De dijk tussen Schoonhoven en Bergambacht is slecht begaanbaar vanwege het op deltaniveau brengen, een reactie op de hoge waterstand in de rivieren, midden negentiger jaren. Het doemscenario, Amersfoort aan Zee komt van tijd tot tijd weer terug, we worden vanuit zee en uit het oosten en zuiden aangevallen. Maar we zullen handhaven, luctor et emergo, niet alleen de Zeeuwen, het gaat om de Lage landen, Les Pais Bas. Het blijft een strijd, met winst en verliezen.

#50books, vraag 2014-30

Zou jij een boek willen schrijven?

marokkaans koken0001Af en toe pak ik er eens een op, een van de vragen uit de serie #50books. Een leuke serie opdrachten maar ik wil me niet meer binden, misschien moet ik zeggen, voorlopig niet meer binden aan dit soort schrijfopdrachten.
Maar goed, deze keer dus wel weer. In de eerste plaats omdat ik in 2010 Marokkaans koken en andere verhalen, een bundel korte story’s van mijn hand, het levenslicht liet zien. Dat was een leuk project, ik ben blij dat ik het gedaan heb. Of er nog een tweede bundel komt? Ik weet het niet, de tijd zal het leren.

Ik ben nu inmiddels aan een tweede levensboek bezig. Een boek over het leven van iemand die ook zijn, respectievelijk nu haar verhaal kwijt wil. Daarnaast heb ik voor een andere zo’n boek geredigeerd en was ik verantwoordelijk voor de vormgeving. Dit zijn boeken die slechts in zeer beperkte oplage, alleen voor de geportretteerde en desgewenst wat naaste familieleden gedrukt worden. Maar het is heel mooi en dankbaar werk.
Het antwoord op de vraag is dan ook:

  • ik heb al eens een verhalenbundel uitgegeven;
  • ik schrijf levensverhalen, bestemd voor een intieme kring van de geportretteerde;
  • misschien komt er ooit nog eens een tweede bundel van me op de markt.

In de wisselbeker

SAM_2657Eindelijk is het me weer gelukt, mijn naam staat ten tweede male in de beker der bekers, het door de deelnemers zo fel begeerde kleinood. Eindelijk, na vele jaren is het zover. Hoeveel jaren, ik weet het niet, kan het momenteel niet verifiëren, maar daarover straks meer. Eerst maar even iets over de strijd die jaarlijks gestreden wordt en waaraan Studio Sport ten onrechte geen aandacht besteedt.
Vrij kort na ons trouwen, nu 38 jaar geleden, besloten broer en zussen van José dat we, wilden we elkaar regelmatig zien maar moesten gaan klaverjassen. En dat doen we nog steeds. De competitie werd van lieverlee een vaststaande traditie, ongeveer acht keer per jaar (eens per maand maar er vallen in verband met vakanties altijd wel maanden uit) strijden we een avond om de dagprijs en ieder jaar wordt aan degene die het best presteerde de wisselbeker overhandigd, uiteraard vergezeld van een goede fles, een fles overigens met een beperkte houdbaarheidsdatum.
De strijd is doorgaans fel maar fair.
Vroeger mocht ik me al eens voor een jaar houder van de wisselbeker noemen, een hele eer. Dat was in de jaren dat ik in de kracht van mijn leven was. En heel graag zou ik die ervaring nog eens willen beleven. Maar als enige trekker van Drees onder de deelnemers was dat natuurlijk een lastige opgave.Ik zou er veel voor moeten doen, veel voor moeten laten ook. En dat een jaar SAM_2653lang. Niets mocht aan het toeval overgelaten worden. Ik heb geleefd als een kluizenaar, ik heb goed op mijn eetgedrag gelet, de drank laten staan. Ik heb hard gewerkt aan zowel mijn geestelijke als lichamelijke conditie. En het loonde!
Dus ik ben trots als een pauw.
Of ik de smaak nu te pakken heb? Daar laat ik mij niet over uit. De tegenstanders wakker maken is niet de verstandigste tactische zet. Maar wellicht herplaats ik volgend jaar om deze tijd dit blogje, met een paar aanpassingen natuurlijk.

Mijn naam en het jaartal moeten nog in de beker gekrast worden. Daar heb je mensen voor die over het juiste gereedschap beschikken. Alleen, nu moet er nog een gevonden worden die wel zijn belofte, te leveren, nakomt.

De eerste bramen

wpid-img_20140723_153350.jpg
Tegen de pergola in onze voortuin groeit al sinds jaar en dag een bramenstruik. Jaarlijks plukken we daar de zoete vruchten van, genoeg voor ons dagelijks gebruik en enkele diepvriesdoosjes voor de donkere maanden. We oogsten normaal gesproken in de tweede helft van augustus, op zijn laatst begin september.  Dit jaar zijn sommige vruchtjes erg vroeg rijp. De bijen zijn nog volop doende de honing uit de bloesem te halen, bloesem waarnaast onrijpe en rijpe bramen te vinden zijn. De struik zit ook bijzonder vol, we kunnen er dus wel even van genieten, in de yoghurt of op het ijs.

Roggebrood

Heb ik het wel eens verteld? Dat het lekkerste roggebrood dat we kennen uit Steenwijk komt. En dat Steenwijk echt te ver weg is om de voorraad op peil te houden. Dat ik via mijn sportmaatje aan dat adres gekomen ben en dat hij wel eens een paar van die heerlijke broden voor ons meeneemt. En dat we, omgedraaid, ook wel eens vanuit Assen behoorlijk omgereden hebben om voor hem ( en onszelf natuurlijk) die bakker met een bezoek te vereren.
Ik heb inmiddels een redelijk alternatief gevonden. Beter dan wat de supermarkten te bieden hebben. Maar het haalt het niet bij het Steenwijkse. Ik moet daarvoor naar Lopik, een kilometer of tien rijden. Fietsen natuurlijk, wat is twintig kilometer nu helemaal. Gisteren ging ik weer die kant op, speciaal voor die gezonde versnapering.
‘Mag ik een roggebrood van U?’ Ik verwachtte natuurlijk geen nee, welke bakker wil er nu niet zijn waar verkopen? Maar ik kreeg wel een nee, het is op, op zijn vroegst eind augustus wordt er nieuw gebakken.
Teleurgesteld fietste ik terug, langs de supermarkt. In mijn mandje onder meer een een pakje roggebrood, ik zal het ermee moeten doen.