Verhuizen, #WOT ’15-7

Een woord of liever een bezigheid waar ik niets mee heb. In de serie Mijn woongeschiedenis heb ik de verplichte verplaatsingen in mijn jeugd beschreven. Verhuizingen die ik niet zelf gekozen heb. De serie is niet helemaal af, ik ben nog een keer verhuisd, deze keer vrijwillig en naar een zelf gekozen adres.
Toen mijn toenmalige verloofde en ik besloten te trouwen gingen we op zoek naar een eigen huis, een eigen thuis. We kwamen allebei uit Utrecht maar wilden niet in die stad wonen (misschien zou ik daar nu anders over denken, de stad is erg veranderd). Toenmalige slaapsteden IJsselstein en Nieuwegein werden ook niet op het verlanglijstje toegelaten, Maarssenbroek en Houten waren alleen nog maar op papier aangewezen te groeien.
De zoektocht naar een geschikte koopwoning richtte zich in eerste instantie richtig het oosten. We hebben in plaatsen als Woudenberg en Scherpenzeel gekeken maar niets gevonden. Een advertentie in de krant bracht ons naar Schoonhoven, een plaats waar ik nooit geweest was, slechts kende an de topografieles. Ach, niet geschoten is altijd mis!
Dus reden we op een avond, na het werk naar de Zilverstad en troffen daar de aangeboden woning, krap twee jaar oud, in een nog kale nieuwbouwwijk, Onaangekondigd meldden we ons bij het verkopende stel en kregen een bezichtiging. Het leek ons wel wat en ik zocht contact met de makelaar, de man van een van onze telefonistes. Niet dat die relatie enige invloed had op het verkoopproces. Het verkrijgen van de benodigde hypotheek moest ik als een gunst van de baas ervaren, gezien mijn groeimogelijkheden binnen het bedrijf kon van de geldende regels wel worden afgeweken.
En zo kom ik dan uiteindelijk toch tot een verhuizing. Een verhuizing die grotendeels bestond uit het nieuw inrichten van de gekochte woning. Dus witten, behangen, schilderen, vloerbedekking, nieuwe meubels aanschaffen.

Achteraf denken we dat het een prima maar onbezonnen keuze was. Het huis bevalt nog steeds, we zijn nog altijd blij met de buurt. Maar we hebben toen geen enkele aandacht besteed aan zaken als bereikbaarheid, scholen voor de eventuele kinderen et cetera. Het kwam allemaal goed, gelukkig.
Verhuizen, vooralsnog een eenmalige ervaring onder eigen regie. Mogelijk moeten we eens kiezen voor een levensloopbestendige oplossing, op grond van dwingende argumenten kan dat gebeuren. Maar, dan moeten die argumenten zich maar aandienen. Verhuizen? Alleen als het moet.

Advertenties

In dienst van Hare Majesteit

In 1967 werd ik goedgekeurd voor alle diensten. In die tijd gold in Nederland nog de dienstplicht voor de twee oudste jongens uit een gezin. En ik mocht, liever, ik moest. Medio maart 1968 mocht ik op komen draven in de Elias Beekmankazerne in Ede, berichtenklerk zou ik moeten worden. Iets sufferiger dan dat kon ik me niet voorstellen. Ik denk dat je het het beste kunt vergelijken met eenvoudig werk op een postkamer. We leerden berichten adresseren en voorbereiden voor de communicatiemiddelen uit die tijd, telex, telefoon, ordonnans en radio. En in die twee maanden Ede moest ik ook nog leren in de pas te lopen, mijn Uzi te gebruiken en schoon te houden en acht te geven. Het is niet echt gelukt. Ik kan me herinneren dat ik bij schietoefeningen alles raak schoot. De sergeant was bijzonder tevreden over de prestaties van mijn wapen, over het algemeen waren die dingen niet zo goed afgesteld. Dus hij vorderde het en zou wel eens de nodige punten scoren. Geen pop werd geraakt, mijn uzi bleek zo krom als een hoepel.
Lees verder In dienst van Hare Majesteit

Oud Wulvenlaan 31, tweede periode

Na vier jaar weggeweest te zijn moest ik thuis weer in het gareel lopen. En, neem van mij aan, dat is toch anders dan in het strenge internaatregime. Ik had in vier jaar drie jaar gymnasiumopleiding gehad maar had de grootste moeite met talen, zowel de moderne als de klassieke. Het leek dan ook logisch dat ik in ieder geval Latijn en Grieks liet schieten en mijn schoolcarrière vervolgde op de HBS. Dat moest vanzelfsprekend weer een Rooms-katholieke school zijn en het Utrechtse Bonifaciuslyceum was een enorme fabriek. Niet geschikt voor mij, oordeelden mijn ouders. Lees verder Oud Wulvenlaan 31, tweede periode

Arnhemseweg 348

Mijn vader was er een van de oude stempel. En dat was zeker aan zijn geloofsbeleving af te zien. Zo nam hij, wanneer hij een Rooms-katholieke kerk voorbij fietste altijd zijn hoed af, een gebruik dat in Het Heilige Roomsche Leven van de dertiger jaren een plaats verdiende. Hij was ervan overtuigd dat hij, als vader van een groot gezin, tenminste een van zijn kinderen af moest leveren als geestelijke. Zijn ouders hadden het goede voorbeeld gegeven, een van zijn broers werd priester, een van zijn zussen non. Een overtuiging die hem relatief veel geld gekost zal hebben, maar dat had hij er graag voor over. Begrijp me niet verkeerd, het tijdsbeeld was anders, we spreken over 1960. Ik verwijt hem niets, constateer slechts. Lees verder Arnhemseweg 348

Oud Wulvenlaan 31, eerste periode

De buurt is nog een grote bouwput wanneer we eind 1957 op de Hoogravense Oud Wulvenlaan komen te wonen. We betrekken een ruime zeskamerflat, een enorme luxe na de krappe behuizing in het Staatsliedenkwartier. Niet dat we ineens allemaal een eigen kamer hadden, de drie oudste jongens samen op een kamer, de drie meisjes samen en de twee jongste jongens het kleinste kamertje. Al spoedig is nummer negen, weer een broertje, in aantocht, die zal na een kort verblijf op de kamer van mijn ouders bij de jongste jongens geplaatst worden. Ik kom in de vierde klas van de St Jan de Doperschool terecht maar iedereen heeft het over de Sint Jansschool. Weer een jongensschool, onderwijs was in die tijd strikt gescheiden. Lees verder Oud Wulvenlaan 31, eerste periode

Samuel Mullerstraat 12, Staatsliedenkwartier

Na de Amsterdamsestraatweg kwamen we dus in de Utrechtse nieuwbouwwijk ‘Staatsliedenkwartier’ te wonen. Aan de rand van de stad, een paar minuten op de fiets (met blokken op de pedalen) om de polder in te gaan. Nu ligt de wijk zo dicht tegen de binnenstad aan dat betaald parkeren er is ingevoerd. Achteraf onvoorstelbaar dat we in zo’n klein huisje uiteindelijk met twee volwassenen en acht kinderen gewoond hebben. Want, inderdaad, de productie van mijn ouders lag nog steeds op schema, twee zusjes en nog één broertje erbij. De buurvrouw wist eerder dan mijn vader dat er weer een zwangerschap was ingezet, ze miste dan de grote katoenen lappen maandverband aan de waslijn. Lees verder Samuel Mullerstraat 12, Staatsliedenkwartier

De Amsterdamsestraatweg

Ik was net een half jaar toen we verhuisden naar de Amsterdamsestraatweg nummer 16. Mijn vader was etaleur en verkoper bij van Seumeren en kon het souterrain onder de zaak huren. Dat stukje straatweg bestaat al lang niet meer, is gesloopt om plaats te maken voor de Daalsetunnel in de tijd dat ook Hoog Catharijne gebouwd werd. De kleuterschool aan de Herenweg doorliep ik met succes.Ik kan me er niets van herinneren. Wel weet ik dat we een paar kippen hadden in het kleine tuintje/ plaatsje dat via de keuken bereikt kon worden. Dat we vochten om een worm aan zo’n kip te voeren en dat mijn zusje er toen de tanden maar in zette, ‘hier, allebei een halve!’. Behalve mijn oudste zus kwamen er ook nog drie broertjes in deze kelderwoning ter wereld. Maar met vijf kleintjes in zo’n hok werd het toch te krap. We verhuisden naar een nieuwbouwwijk, aan de rand van de toenmalige stad. Mijn vader heeft in de aanloop naar die verhuizing kapstokjes en slaapkamerlampen gemaakt, gefiguurzaagde Disneyfiguren. En kleine Careltje mocht de verftubes aangeven, die kende alle kleuren. En dan praat ik niet alleen over rood en geel maar indigo, ultramarijn, oker en vermiljoen werden ook probleemloos aangereikt.