Als de struiken tot aan de hemel groeien

SAM_2684De struiken? Die horen toch helemaal niet tot de hemel te groeien? Maar ze doen het wel als je niet ingrijpt. Al jaren doet de gemeente hier niets meer aan het snoeien. Bijna niets, de paden worden enigszins vrijgehouden maar in de hoogte, laat maar doorwoekeren.  En daardoor verloedert de buurt want als het ergens rommelig is, waarom zou men dan geen rommel maken. De speelplaats op ons hofje verdween achter een enorme woestenij.
Tja, en dan kun je gaan lopen mopperen, dat helpt echt niet. En je kunt de handen uit de mouw steken, met zijn allen, en de boel opknappen. Ach, laten we dat dan maar gaan doen! Even een telefoontje naar de gemeente, wat kan, wat mag? En een briefje in veertig brievenbussen, zaterdag 6 september gaan we snoeien, wil je meehelpen? Buurtsnoei  '14 34De gemeente belooft meteen een container voor het afval te plaatsen, levert beits om de bankjes te verven en leent het nodige aan snoeigereedschap. En de hofgenoten, ze komen massaal op de klus af, met snoeischaar en bezem. Een paar afmeldingen, natuurlijk, er zijn altijd mensen die al een andere afspraak hebben, iets waar ze niet onderuit kunnen. Hartverwarmend dat dan toch, vooruitlopend op de snoeiparty al het nodige gedaan is door nu afwezigen.
Drie uur na de snoei-instructie van een tuinman van de gemeente hebben we weer zicht op de speeltuin. Zien we de overburen weer en is die enorme container hartstikke vol. De katten zijn de weg kwijt, we zien een padje, duidelijk van zijn padje. En de mussen komen terug in hun vlier. We ruimen het gereedschap op en zoeken de tuinstoeltjes. Even gezellig een welverdiend drankje, dat hoort er toch ook bij.
Moe maar blij om in zo’n fijn buurtje te wonen!
snoeiluchtfoto

Advertenties

Dag vader en dag moeder

‘Stomme juf’, Bauke stampvoet. Hij mag dan pas negen zijn, hij heeft zijn eigen willetje.
‘ Kom op, joh, rustig, wat heeft ze nu weer gedaan?’ Baukes moeder is gewend aan zijn uitbarstingen en denkt hem te kunnen sussen.
‘Dat stomme mens zegt dat ik Annechien gepest heb maar ik pest nooit Annechien.’
‘Pest je dan wel eens andere kinderen?’, het pestprotocol geeft aan dat ouders alert moeten zijn op dit soort ontwikkelingen en Anja is het daar helemaal mee eens.
‘ Begin jij nu ook al?’ , boos rent Bauke naar boven, naar zijn eigen kamertje.
Ach, die koelt wel weer af, denkt Anja, ze heeft dit soort scènes meer dan eens gezien.

‘ Bauke, we gaan eten, kom je?’  Geen reactie. Hans gaat eens kijken wat er aan de hand kan zijn. Hij heeft gehoord dat het joch boos naar zijn kamer is gegaan maar voor eten komt hij altijd terug. Waarom dan nu niet? Het slaapkamerraam staat open. Het zal toch niet?

Bauke zwerft door de buurt. Door de buurt? Al snel herkent hij niets meer. Hij is nog steeds boos, wil niet meer naar huis, niet meer naar school. ‘ Als jullie me niet willen geloven dan ga ik wel ergens anders wonen.’  Maar waar? Het wordt donker, zijn maag knort. Hij heeft heus wel geroken dat er zuurkool met spek op tafel zou komen, zijn lievelingskostje. En een beetje spijt heeft hij nu wel.

‘ Hé Bauke, wat doe jij hier?’ De stem komt hem bekend voor, wie was dat ook al weer?
Meester Dave, want die is het, herkent het manneke en vraagt zich af wat hij zo ver van huis doet. In groep 3 heeft hij hem gehad, daarna niet meer. Maar die kinderen zie je natuurlijk nog dagelijks op school. Het huilen staat het kind inmiddels nader dan het lachen, het avontuur is hem duidelijk boven het hoofd gegroeid. Stamelend doet hij zijn verhaal, blij dat hij de meester tegengekomen is.

Een zucht van opluchting, Hans en Anja zijn blij dat hun zoon weer thuis is. Dave slaat de aangeboden kop koffie af, hij was net op weg naar een koorrepetitie. Hij zal de juf vragen wat er gebeurd is. En Bauke, die heeft voorlopig zijn bekomst, eet zijn opgewarmde zuurkool en slaapt nu als een roos.

De uitdaging heb ik deze keer niet al te letterlijk genomen:
One night your character decides to leave home and never come back (you
decide the reason). But at the airport, he or she encounters an old friend, and
they get in a conversation. Something about this conversation (you decide what
it is) makes leaving home suddenly seem much more difficult than your
character had expected…

Een eigen huis, hoe loopt het af?

Vorige week verscheen deel 1, vandaag lees je op veler verzoek hoe het afloopt, volgens mij dan.

Ze had haar punt gemaakt, de oude vrouw, en resoluut draaide ze haar rollator en stapte weg, Sjoerd verbouwereerd achterlatend. Die zocht zijn bed nog wel op maar van slapen kwam niets meer. De vreemde ontmoeting bleef maar door zijn hoofd spoken en de gedachte de overleden oude bewoner vroeg of laat aan de voordeur te treffen deed hem griezelen. Om zes uur stapte hij zijn bed uit, nam een douche en trok zijn fietskleding aan, de voorgenomen fietstocht moest maar iets eerder beginnen. Amsterdam sliep, de polder ontwaakte. De dauw lag over de weilanden en het was nog best fris, zeker voor juli. Sjoerd koos voor tegenwind en reed richting Zaandam en vandaar naar de kust. De klimmetjes in de duinen zorgden ervoor dat hij even de wereld om hem heen vergat.

Tegen twaalven was hij terug bij zijn huisje met het voornemen het hele verhaal maar te negeren, piekeren helpt toch niet. Na een lange douche at hij in de achtertuin een paar boterhammen, sporten maakt hongerig.
Op zo’ n mooie dag zit je natuurlijk nooit alleen buiten. Nog voor hij zijn lunch op had hing de buurvrouw over de haag, nieuwsgierig naar wie er naast haar was komen wonen.
” Middag, buurman, ik heet Alie en sinds gisteren zijn we buurtjes, welkom!”
Sjoerd kon niet anders dan zich netjes voorstellen en een babbeltje maken met het prototype van een Amsterdamse volksvrouw. Ach, als ze niet al te opdringerig is kan dat best af en toe gezellig zijn. En al snel raakten ze aan de praat.
Alie had weinig aanmoediging nodig en via een kleine hint van Sjoerds kant kwam het verhaal al snel op de vorige bewoner, meneer Niewijs.

“Aardige man, heeft hier heel wat jaartjes gewoond, maar dat ie dood zou gaan zag ik al heel wat jaren aankomen. Wat rookte die vent, de schoorsteen van de stoomboot van Sinterklaas was er niets bij vergeleken”, ze ratelde aan een stuk door. ” De arme man liep constant te hoesten, zo erg dat we er soms niet eens van konden slapen. Maar er stak niets kwaads in de lieverd, hoor.”
Voorzichtig informeert Sjoerd naar de bovenbuurvrouw, het oudje met de rollator. Maar nee, Alie kent de bovenbuurvrouw niet, die woont hier ook nog niet zo lang en is weinig thuis. ” Zei je nou rollator, hoe kom je daar bij? Het is een jonge meid hoor, ik schat van jouw leeftijd ongeveer.”
” Maar ik trof hier vanochtend toch echt een oud wijfie met een rollator”, Sjoerd begon nu toch echt aan zijn waarnemingen te twijfelen.
” Wacht even, kromgebogen, een grijze knot en zo’n grote bril uit de zeventiger jaren?” Die omschrijving klopt wel,Sjoerd knikt. ” Goh, dat is mevrouw Wasdom, nee, dat kan niet, die is een half jaar geleden overleden, die woonde daar waar nu dat jonge grietje woont.”  Alie is helemaal van slag: ” Dat mens liep hier altijd al ’s nachts te spoken, dan viel ze ons en Niewijs lastig. Ik mag het natuurlijk niet zeggen maar eerlijk, ik was blij dat ze de pijp uitging. Niewijs mocht haar ook helemaal niet.”

Sjoerd had niet eens aan deze mogelijkheid gedacht, was het nu Niewijs of Wasdom die hij te vrezen had.Vooruit, de tijd zou het leren. Vroeg op de donderdagmorgen, weer rond vier uur werd hij gewekt door gebel en geklop. Zou daar zijn poltergeist weer zijn? Hij was in ieder geval, anders dan zondagmorgen klaar wakker. “Zijn ze nu helemaal belazerd, ik zal ze eens goed de waarheid vertellen.” Hij zei het niet maar met die gedachte stapte hij op de deur af. Het bleek weer het oude vrouwtje met de rollator te zijn. Boos opende Sjoerd de voordeur. Hij zou haar wel even duidelijk maken hier niet van gediend te zijn maar daar kreeg hij de kans niet voor.
“Is meneer Niewijs al langs geweest?” begon het oude vrouwtje. En Sjoerd herkende nu de stem, niet van die vroege zondagochtend maar van een ander moment. Even aarzelde hij, toen wist hij het zeker.
“Verdorie, Alie, waarom al die ongein?” Want hoewel Alie haar stem enigszins verdraaid had was het wel duidelijk, het was de buurvrouw met wie hij zondagmiddag had staan praten.
Alie barstte in tranen uit, “Je hebt het door maar laat me het uitleggen, we konden niet anders”.

Sjoerd, nieuwsgieriger dan rancuneus nodigt haar binnen en zet een kopje thee. “Wel op voorwaarde dat je me het hele verhaal eerlijk opbiecht”. Nou, dat wilde Alie wel:

“Mijn enige zus, Doortje greep net naast dit appartement, ze stond tweede op de lijst en hoopte dat jij, al wist ze natuurlijk niet dat jij het was, nee zou zeggen. Doortje is behoorlijk ziek en moet dagelijks geholpen worden. Ze woont nu bij het Olympisch stadion en dat is voor mij natuurlijk een hele opgave haar dagelijks daar op te zoeken. Dus het vrijkomen van dit appartement zou voor ons een geschenk uit de hemel zijn. En dus probeerden we je bang te maken in de hoop dat je weer zou vertrekken en zij een nieuwe kans zou krijgen. Het spijt me zo, je lijkt me best een aardige jongen maar de zorg voor mijn zus is belangrijker.”

Zaterdag is Sjoerd gaan kijken naar Doortjes flatje. Ideale plek, dicht bij zijn werk, niet te ver van het centrum. Ze werden het snel eens over overnamekosten en over veertien dagen vindt met toestemming van de woningbouwvereniging een woningruil plaats.

Een stukje om

John had er graag meer tijd voor gehad maar moest zijn vliegtuig naar Londen halen. Het is de eerste keer dat hij op Rotterdam Centraal is, het prachtige nieuwe station van de Maasstad. Maar helaas, hij krijgt vast later nog wel een kans. Zelfs de tijd om met het openbaar vervoer verder te reizen naar Rotterdam Airport gunt hij zich niet. Die treinvertragingen ook altijd!
Hij loopt met zijn koffertje naar het taxiplatform.
“Naar het vliegveld, alstublieft.” De taxichauffeur knikt en draait de auto het Weena op. John kijkt nog even achterom en neemt het prachtige nieuwe stadsbeeld in zich op. Het is jaren een bouwput geweest maar nu heb je dan ook wat. De chauffeur slaat rechtsaf, de Coolsingel op en niet veel later rijden ze over de Erasmusbrug, ook al zo’n gezichtsbepalend stukje Rotterdam.
“Gaan we wel de goede kant op?” De chauffeur knikt weer, hij heeft nog niets gezegd. Johns topografische kennis is niet zo best, hij haalt zijn schouders op, het zal wel. Na een half uurtje begint hij toch te twijfelen, ze rijden op een autosnelweg en rechts ziet hij allerlei zware industrie en raffinaderijen.
“We gaan toch wel richting vliegveld, ik moet naar Londen.” De chauffeur knikt weer en rijdt stug door. Uiteindelijk stopt hij bij het vliegveld Haamstede. Hij leest het bedrag van de teller. John is in alle staten, “Dat was niet de bedoeling, ik moet naar Rotterdam The Hague Airport en dan zet je me hier af bij een zweefvliegveldje!”
“U zei toch echt, naar het vliegveld, meneer, niet naar de luchthaven.” Het zijn de eerste woorden die de chauffeur uitspreekt, het accent is niet goed thuis te brengen. “Maar ik wil U wel naar Zestienhoven brengen, hoor.”
Tja daar sta je dan in de middle of nowhere, mooi hoor, dat Zeeland maar niet als zo ongeveer op dit ogenblik je cityhopper naar Londen het luchtruim kiest.

Opdracht: Your character gets on a taxi and tells the driver to take him/her to the airport.
But the driver has his/her own ideas about where they are headed…

Een eigen huis, wordt vervolgd

Pff, dames, jullie vragen me wel wat! Zowel onder mijn blog van gisteren als op Facebook dringen jullie aan op een vervolg. Eerlijk gezegd was dat niet de bedoeling. Ik vond het een mooi moment om de rest aan de fantasie van de lezer over te laten. Maar ja, de klant is koning, hier nog wel tenminste. Dus ga ik nadenken over waar jullie over hadden moeten nadenken.
Nu ik dat zeg, jullie mogen natuurlijk ook een vervolg schrijven. Het is beloofd, ik zet mijn vervolg klaar en post het komende zondag. Als iemand zich geroepen voelt het verhaal ook voort te zetten, leuk! Zet het op je eigen blog of mail het me toe. Ik zal je verhaal dan ook plaatsen, respectievelijk linken. Ik ben benieuwd! Ik heb mijn richting al bepaald, tegendraads als altijd.

Een eigen huis, een dak boven zijn hoofd

Van Martha kreeg ik dertig uitdagingen. Ik ga er een aantal van aan, hier is de eerste.

Het is nog niet eenvoudig om een eigen stekkie te vinden in een studentenstad als Amsterdam. Sjoerd had zich al in zijn examenjaar op het VWO ingeschreven voor studentenhuisvesting en er na drie jaar wachten eindelijk een containerwoning toegewezen gekregen. Maar omdat hij zijn studie met succes beëindigd heeft moest hij daar weer weg. Vooralsnog had hij als duur alternatief een extra jaar ingeschreven kunnen blijven bij de universiteit en als zogenaamd student de container kunnen aanhouden.
Na een paar maanden werd de zoektocht beloond. De aanbiedingen bleven schaars maar de kandidaten voor een huurhuisje waren kennelijk tijdelijk met andere zaken bezig, afstuderen bijvoorbeeld, of een paar weken vakantie. En dus kreeg Sjoerd na een paar keer er dicht tegenaan gezeten te hebben de mogelijkheid om een appartement te huren in de buurt van het Westerpark. Ideaal, kort op het centrum, dichtbij Amsterdam Centraal en een gezellige multicultibuurt. Het was niet bepaald goedkoop, omdat het pand als gemeentemonument te boek staat moest hij ongeveer honderd euro meer huur betalen dan elders voor vergelijkbare ruimte. Maar ja, dan heb je tenminste wat op een plaats waar je graag woont.
Hij trommelde wat handige vrienden op en al snel begon het huis te lijken op wat voor hem de ideale woonruimte moest zijn. Zijn kleuren, parketvloertje erin, gordijntje voor het raam. En een dag of veertien nadat hij de sleutel had gekregen sleepten ze de meubeltjes en andere spullen het pandje in.

Samen met de vrienden die geholpen hadden zorgde hij ervoor dat het bierkrat voor statiegeld terug naar de supermarkt kon. Het werd een gezellige afsluiting van een dag hard werken.

Moe maar gelukkig met het feit dat hij nu zijn eigen plekje heeft kroop hij voor het eerst in zijn nieuwe huisje onder de wol. Hij kon niet direct de slaap vatten, er was de afgelopen dagen teveel gebeurd, er ging teveel door zijn kop. Maar na een uurtje woelen en draaien viel Sjoerd toch in slaap.

Een diepe slaap, een verdiende slaap. Morgenochtend nog wat spullen op zijn plek zetten en dan ’s middags maar eens een stukje de polder in op de racefiets. De boog kan niet altijd gespannen zijn.
Maar morgenochtend kwam heel vroeg. Sjoerd werd wakker om rond vier uur. Aanhoudend gebel en geklop op de ruit van de woonkamer dwong hem zijn bed uit te gaan. Hij schoot snel in zijn kamerjas en slofte met gepaste tegenzin naar de deur. Daar stond een oud vrouwtje, krom gebogen over haar rollator maar vast besloten niet eerder weg te gaan of ze moest de nieuwe bewoner gezien en gesproken hebben.
“Bent U meneer Niewijs vannacht al tegengekomen?”
Sjoerd veegde de slaap uit zijn ogen, “Meneer wie?”
“Niewijs, de vorige bewoner, hij is twee maanden geleden overleden.” Het oude vrouwtje sprak alsof zo’n ontmoeting de gewoonste zaak van de wereld was.
“Bent U gek geworden? Dat kan toch niet.” Niet direct een diplomatieke reactie, niet getuigend van inlevingsgevoel, maar wat wil je. Na zo’n zware week midden in de nacht voor zoiets idioots je bed uit gebeld worden brengt niet direct het beste in een mens naar boven.
Het leek haar niet te bereiken, onverstoorbaar ging ze door. “Ik ben de bovenbuurvrouw en meneer Niewijs staat om de haverklap ’s nachts bij mij aan de deur, dan is hij weer eens zijn sleutel vergeten. Ik heb een reservesleutel, moet U weten. Of liever, die had ik want ik heb hem meegegeven aan die meneer van de woningbouw. Dat heb ik Niewijs ook gezegd, dat hij dood is en zijn sleutel niet meer nodig heeft. Van de week zei hij tegen me dat hij me niet meer lastig zou vallen, hij zei dat er weer iemand in zijn huisje kwam wonen en dat hij hem wel om een sleutel zou vragen.”
Sjoerd huiverde, hij was op slag niet meer zo blij met zijn nieuwe huisje.

De uitdaging: Your character moves into a new apartment. On the surface, the place seemed ideal, but his/her first night there, your character discovers a terrible problem
with the place that he/she didn’t take into account...