Moestuintje

‘Nee hoor’, stampvoette het prinsesje,’ ik wil nu echt geen witte bonen eten’ .
De koning zuchtte, bonen. ze zijn zo goed en gisteren had ze toch sperziebonen, eergisteren nog kapucijners, afwisseling genoeg!

‘En bovendien extra gezond want onbespoten uit mijn eigen moestuin.’

‘Dat is het juist, we eten de hele week al bonen en vorige week alleen maar sla omdat die echt op moest voor ze zou doorschieten.’

‘Kan zijn’, zei de koning, ‘maar al mijn onderdanen zijn dit jaar met een moestuin begonnen, er zijn zelfs al tuinders die hun kassen beschikbaar stellen omdat ze hun eigen teelt toch niet meer verkopen!’

‘En jouw nagels zijn helemaal zwart, bah, hoe durf je zo aan tafel te komen!’ Het prinsesje liep kwaad weg, zocht haar portemonneetje en stapte op haar fietsje, richting de plaatselijke snackbar.

De koning keek beteuterd naar zijn handen, inderdaad, dat had je van dat gewroet in de aarde. En, het kind had toch eigenlijk wel een beetje gelijk, afwisseling op tafel was toch ook wel belangrijk. En dus pakte hij zijn telefoon, belde en de snackbar.

‘Mijn dochter, de prinses komt zo. Wil je haar naast haar eigen bestelling ook een grote zak friet met mayo meegeven, en, eh, doe ook maar een berenklauw met pindasaus.’

‘Hum, niets mis met een keertje ongezond smikkelen’, mompelde hij in zijn baard, ‘en niemand hoeft dit toch te weten!’

 

Omzwervingen

maltaZondag 25 januari jongstleden vertrokken we voor tien dagen zon naar Lanzarote. Een dag later postten we een ansichtkaart, mijn moeder vindt het leuk om die te ontvangen. Gistermiddag belde ze op om ons te bedanken, de kaart was gearriveerd.
Nu weten we dat dit soort post niet via de snelste route gaat, we versturen het niet voor niets aan het begin van de vakantie, gepaard gaand met de opmerking: ‘En nu hopen dat hij eerder in Nederland is dan wij’.
En toch is het wel begrijpelijk dat hij nu pas aankwam. Kijk maar eens naar het poststempel, 27 februari Malta. Eh, Malta?, dat ligt toch ergens in de Middellandse zee, bij Italië? En niet in de Atlantische oceaan, ter hoogte van Zuid Marokko. Dat was waarschijnlijk eerst wachten op een cruiseschip dat behalve de Canarische Eilanden ook havens in het Mediterrane aandoet, dan een bemanningslid omkopen in de hoop dat de kaart in Valletta in een brievenbus terecht komt die eens in de week gelicht wordt. Eenmaal ter afstempeling op het postkantoor ontstaat er een heftige discussie, in eerste instantie omdat niemand het plaatje aan de voorzijde herkent. Nadat de slimste van het stel César Manrique gegoogeld heeft volgt een nieuwe discussie, kan die kaart die kennelijk een Spaanse postzegel draagt, wel hier gestempeld worden. Uiteindelijk hakt de chef van het postkantoor met de woorden ‘op gevaar af op staande voet ontslagen te worden’ de knoop door, zet het stempel en de kaart verdwijnt in een postzak richting Olanda. Met de postkoets en dan is 5 dagen zo’n slechte tijd nog niet.

Ik heb dit blog onder de categorie uit mijn duim geplaatst maar dat is natuurlijk maar ten dele terecht.

Retour afzender

Willem kon er maar niet over uit, Hij deed als altijd zeer nauwkeurig zijn werk, niemand zou hem op een slordigheid kunnen betrappen. Zelfs op te verzenden brieven meldde hij steevast postcode en huisnummer als afzender op de achterzijde.
Hij kon dan ook niet begrijpen dat zijn jaarcontract bij Enzo niet verlengd werd. De chef, Rietveld, had een flauwe reden genoemd, eigenlijk geen reden. Om ons moverende redenen had hij gezegd en Willem had thuis opgezocht wat Rietveld nu eigenlijk bedoelde, hij kende het woord niet.
‘Dat is dus net zoiets als daarom’, foeterde hij, ‘en daarom is geen reden!’
Willems kwaadheid overschreed grenzen en uiteindelijk besloot hij zich te wreken. Op Rietveld, op Enzo! En, mocht het een ander treffen, hij kon er niet mee zitten. Als nauwkeurigheid er niet meer toe deed dan moest hij maar slordigheid accepteren.

Na wat gezoek op het internet vond hij het juiste recept voor een bombrief, kocht de ingrediënten en maakte een pakketje voor Enzo, ter attentie van de heer Rietveld.

Drie dagen later had Willem nog geen bericht op de radio of televisie gehoord, kranten vermeldden tot op heden geen bombrief. Die postbezorging, daar kun je toch ook niet meer van op aan!  Dan wordt er gebeld, Post NL aan de deur. Een pakketje voor Willem. Snel maakte hij het open. Boem, Willem heeft het niemand meer kunnen vertellen.
Uit politieonderzoek bleek dat het Willems eigen pakketje was. Het was onvoldoende gefrankeerd en dus ging het retour afzender, netjes op de achterzijde vermeld.

Surpriseloterij

Ze was er niet gelukkig mee, het was beslist niet de eerste keer dat ze hem getrokken had en  een surprise en gedicht moest maken. Alweer, wat moest ze nu weer bedenken. En vooral, hoe kan het toch dat ze bijna ieder jaar uit de rond de twintig deelnemers net hem moest treffen? Er gingen al praatjes rond, ze zou een mechanisme hebben gevonden om hem te vinden, ze gunde hem aan geen ander. Nou, echt niet, ze zou ieder ander liever hebben. Zeker na zoveel keer. Eerlijk gezegd mocht ze hem helemaal niet, arrogante kwal.
Ze had haar lot ongeveer als tiende getrokken, zo’n beetje als middelste, inleveren omdat ze zogenaamd zichzelf had was geen optie meer, best mogelijk dat iemand al naar een invulling voor zijn of haar surprise zat te denken, bestemd om haar straks te verrassen.
Twee beurten later mocht hij zijn lot trekken, en zij was het. Hij kende de verhalen, natuurlijk.
” Ik heb mijzelf getrokken”, meldde hij meteen. Mopperend leverde iedereen zijn lot in. Of niet iedereen, zij kon hem wel kussen!
Later die avond, na de zoveelste en uiteindelijk geslaagde poging, vroeg ze hem stilletjes wie hij werkelijk getrokken had, zij had het briefje met zijn naam immers.
“Jou, maar ik ben niet in de stemming om je al die hakken die je me de afgelopen jaren zette te wreken.”
Ze wonen inmiddels drie jaar in hetzelfde appartement, het gaat goed. De Sinterklaasloten worden nu via een appje getrokken, bedriegen is er niet meer bij. Maar wat zijn ze blij dat dat toen nog niet was!

Over een kogel en de kerk

Je kent vast wel het gezegde ‘de kogel is door de kerk‘. De oorsprong van dit gezegde is niet precies bekend, wel kan ik verklappen dat het niet in Schoonhoven was. Voor dit verhaal moet ik terug de geschiedenis in, naar 1672, het jaar dat we op school leerden kennen als het rampjaar, het volk was radeloos, redeloos, reddeloos. De Dordtenaren Johan en Cornelis de Wit werden door het Haags gepeupel gelyncht, Schoonhoven werd belegerd door de Fransen.
Het was in dat jaar, een der laatste dagen van oktober. De eerste herfststormen hadden het polderland geteisterd en de Franse belagers kregen haast. Spoedig kon de winter invallen met sneeuw en ijs. De mannen hadden daar slechte ervaringen mee. Het was nu of nooit meer dit jaar. En dus werd het zwaarste geschut aangevoerd.

Maar eigenlijk moet ik eerst nog een paar jaar terug in de geschiedenis. In de eerste jaren van de zeventiende eeuw kende Schoonhoven een bekende Nederlander. Die waren er toen ook al, BN-ers. Een Utrechter, Olivier van Noort, hij had een kroeg in Rotterdam en uiteindelijk koos hij voor de zee. Olivier van Noort was als eerste Nederlander de wereld rondgevaren, rondde door de Straat van Maghelhaen Patagonië, was in Chili, voer toen naar Indië en kwam via Kaap de Goede Hoop terug in Rotterdam. Een reis van drie jaar, hij verloor dik 200 van de 248 man, een aanvaardbaar verlies in die tijd. Hij werd in 1620 garnizoenscommandant in Schoonhoven. Nog een zeven jaar genoot hij in de stad aan de Lek van zijn faam, hij overleed in 1627 en werd in de Grote of Bartholomeuskerk begraven.
Na een lang en nuttig leven was hem de eeuwige rust gegund, de dominee had dat mooi verwoord.

Terug naar 1672. De Franse aanvaller had besloten nog een slotoffensief in te zetten. De niet al te zuiver te richten kanonnen werden nog een keer geladen. Enorme kogels werden op het stadscentrum afgevuurd. Niet zo bedoeld, maar een ervan vloog recht op de kerk af. Die kogel zou door de kerk gaan, we vertalen dat nu als de beslissing in de strijd.

CAM00446Maar de Fransoos had buiten de oude waard gerekend. Er kwam een donderend geraas uit de kerk. ‘Zijn ze nu helemaal, mij was een eeuwige rustplaats beloofd! Die verstoor je niet met een kogel.’ Heer Olivier verrees uit zijn graf. Zijn stem bulderde over de stad en weerkaatste over de rivier. En hij stopte de kogel, met zijn linkerhand, net voor hij door de muur, door de kerk zou gaan. De Fransen schrokken, zagen wat er gebeurde en sloegen op de vlucht. Een stad die door een geest, door de duivel beschermd werd, die was niet te overwinnen.

Heer Olivier keerde terug in zijn graf en rust nog steeds zijn eeuwige rust. De kogel rust in de zuidelijke muur, de Fransen zijn nooit meer teruggekomen, een enkele toerist daargelaten die deze geschiedenis niet kent. De deksel van Oliviers graf staat tegen de muur, men heeft hem niet meer terug kunnen leggen.

Is er meer tussen hemel en aarde? Of gewoon een verzinsel ter gelegenheid van Halloween.

Er is meer tussen hemel en aarde

Het komt niet zo vaak voor dat de familie bijeen komt. Vroeger ja. toen oma nog leefde, maar die is alweer zeven jaar dood. Goh, die wist de boel wel bij elkaar te houden, die strooide smsjes, wat wij niet vertelden hoorden de anderen wel via haar. Ik weet niet meer van wie het idee kwam maar haar mobieltje ging mee in haar graf.
Vandaag hadden we een familiereünie. Neef Gert nam het initiatief. We hadden geen andere verplichtingen dus gingen we, ach, leuk om weer eens wat neven en nichten te zien. Ik kan zonder hoor, daar niet van.
Gert vertelde dat hij onlangs een smsje van oma gehad had. ‘Geniet van het leven’, was haar boodschap. Nu komt er op mijn smartphone van alles voorbij maar ik herinnerde me vaag dat bericht gezien te hebben. Niet dat de inhoud toen tot me doordrong, er passeert zoveel! En er waren er meer, soortgelijke reacties. Het lijkt erop dat Gert niet als enige dat bericht ontvangen had.
‘Ik heb oma bedankt voor de aanmoediging, gezegd dat we dat zeker doen!’. Gert is duidelijk de enige, de rest heeft net als ik het bericht genegeerd. Maar of dat wijs was? Er volgde een, vertelde Gert, hele chat, dagen duurde het. Oma spuide, als vroeger, haar wijsheden, Gert kon er nauwelijks een zinnig woord tussen krijgen. Niets nieuws onder de zon, dacht ik nog. Maar oma is al jaren dood. Wat gebeurt hier?
Mijn, als altijd nuchtere nicht Carla wees ons erop dat we oma wel haar mobieltje meegegeven hadden. Mijn vrouw reageerde daarop dat die batterij dan toch wel na al die jaren leeg had moeten zijn, zij legt haar telefoon ieder dag aan de beademing. Gert meldt intussen dat hij oma bericht heeft dat we eindelijk weer eens als neven en nichten bij elkaar zijn.
Dan hoor ik overal geping, allerlei melodietjes, signalen die erop duiden dat er een bericht binnenkomt. Nieuwsgierig open ik mijn tekstbericht. oma zegt mijn beeldscherm. ‘Blij dat jullie elkaar niet vergeten, wou dat ik erbij was!’.
De anderen ontvangen hetzelfde bericht! Hier en daar zag ik mensen een tekstberichtje intikken, kennelijk een reactie naar oma. Zelf heb ik dat niet gedaan, te verbouwereerd, denk ik.

Een kwartiertje later krijgen we allemaal weer een berichtje. De telefoonmaatschappij blijkt het nummer van oma dat langdurig niet meer gebruikt werd aan een ander gegeven te hebben. Door een foutje met het complete adressenbestand, wat in het geval van oma al haar kinderen en kleinkinderen betekende. De nieuwe eigenaar begreep door de reactie van Gert die een voor Alf bestemd bericht kreeg hoe de vork in de steel zat, hij had bij nader inzien aan All geadresseerd, en wilde het spel wel even meespelen. Arme oma, dat ze dit niet meer mee mocht maken!

Uitbreiding dienstenaanbod

Ze zal gedacht hebben dat een zekere toename van haar maandelijkse inkomen haar meer mogelijkheden geeft als consument. Geen onlogische gedachte, lijkt me. Maar uitbreiding van haar betaalde baan is geen optie.De bijverdienste mag sowieso niet veel aan vrije tijd kosten. Het mooiste zou zijn om het direct en zonder tijdsverlies mee te nemen in bijvoorbeeld de huishoudelijke taken.
Vorige week meende ik een zacht ‘eureka’ te horen, ik besteedde er geen aandacht aan.
Gisteren was ik mijn korte broek kwijt, de inhoud van mijn zakken lag op het nachtkastje. Dat wil zeggen, ik miste wel mijn portemonnee. Beneden draaide de wasmachine. Met een ‘dat doet ze anders nooit’ bedacht ik dat ze het nodig vond mijn broek mee te wassen, misschien dat er nog ruimte was in de machine. Maar, in dat geval heeft ze ongetwijfeld mijn portemonnee vergeten uit de kontzak te halen. Nou ja, het leed is geschied, we zien wel wat eruit komt.
En inderdaad, toen de was gedraaid was kon ik alsnog mijn drijfnatte portemonnee uit de broek halen. Het muntgeld was schoon, de portemonnee gekreukeld.
‘En, hoe is het met het papiergeld afgelopen?’, riep ze van beneden. Ik viste een kletsnat briefje van tien euro uit de beurs, ongeschonden, en meldde mijn vondst:
‘Die droogt wel weer, niets aan de hand!’
Maar zij was teleurgesteld, het experiment was mislukt. Haar poging geld wit te wassen geeft ze nu op, ze gaat verder zoeken naar een uitbreiding van haar dienstenaanbod.