Zondagse kleren

scannen0005We schrijven vijftiger, begin zestiger jaren. Mijn zusjes hadden allemaal een jurkje van het zelfde lapje stof. Mijn moeder was creatief genoeg om in de modelletjes wat variatie te brengen. Hetzelfde gold voor ons, jongens. Allemaal een bloesje uit dezelfde lap. Allemaal een soortgelijke korte broek van corduroy.

Tot er iets nieuws kwam waren dat de zondagse kleren. Die moesten we aan naar de kerk en de rest van de dag moest je het liefst stil blijven zitten. Stel je voor dat er iets kapot zou gaan. We gingen natuurlijk toch wel een balletje trappen, maar goed, dat was niet de bedoeling.

Die kleren schoven door als iemand eruit gegroeid was. Nu was ik de oudste en lange tijd dus ook de grootste dus ik kreeg wel weer nieuwe kleren. Maar de rest moest het nog wel eens met een afdankertje doen.

Halverwege de zestiger jaren veranderde dat, we kregen kleedgeld en droegen op zondag vrijetijdskleding. Door de week netjes naar het werk, in het weekend een spijkerbroek. Dat allemaal tot groot verdriet van mijn vader, zo had hij ons toch niet opgevoed! Ach, tijden veranderen, ook toen al.

Advertenties

Eimert

Hij kwam iedere zaterdag langs, tegen vijven. De keus aan groente en fruit was beperkt, de nodige producten waren uitverkocht. Maar het voordeel was de fors gezakte kiloprijs. Want, koelcellen waren er niet, wat de zaterdag niet verkocht werd was alleen nog goed voor de varkens. En dus was mijn moeder een dankbare klant.  Met negen opgroeiende koters kon ze alleen maar in het groot inkopen. Dat wil zeggen, mits houdbaar. Zonder koelkast was dat een belangrijke restrictie in de warme maanden. In de winter was er buiten genoeg koelruimte maar het aanbod aan groente en fruit kleiner.
Eimert kwam bijna altijd. Vaak met zijn vrachtautootje met open laadbak, soms maanden achtereen met paard en wagen. En soms kwam zijn vader een paar weken voorbij. Achteraf hoor je dan dat hij zijn rijbewijs een poosje kwijt was of dat hij op staatskosten een paar weken gelogeerd had. Eimert was kennelijk geen lieverdje.  Wel voor ons, dankzij zijn bewust gekozen route kwamen we niets tekort.
O ja, Eimert kon lezen noch schrijven maar rekenen als de beste.

Op de pof

‘ Laat ik het nooit merken’, woest was hij, mijn vader.
Geen idee waar hij het over had, nou, die duidelijkheid kwam wel.
Mijn vaders carrière in een paar woorden, etaleur, winkelbediende, bedrijfsleider, verkoper. En dan vooral, en altijd, verkoper.
En verkopen deed hij, voor verschillende bazen. In de zeventiger jaren was dat een tijdlang bij Nijman, het afbetaalmagazijn in de Domstad. Je kocht daar op de pof en dat kon hij billijken. Als er even geen geld was en er was iets echt nodig dan moest dat kunnen, hij had er zelf ook ervaring mee.

‘Laat ik het nooit merken’, de zaterdagavond voor vaderdag. Nijman had goede zaken gedaan en mijn vader had zich op lopen winden. Dat mag niet, hij hield zich in maar wij kregen de volle laag.
‘Maar wat zit je dan dwars, wat is er gebeurd?’
Het duurde even, het kwam met horten en stoten. Hij had zich dood geërgerd aan de klanten die op de pof een vaderdagcadeau aanschaften. Dat je leende omdat het niet anders kon, akkoord, daar had hij vrede mee. Maar voor een scheerapparaat als cadeau?

Jaren later kochten we, als eersten in het gezin een eigen huis. Vanzelfsprekend met geleend geld, een hypotheek. Het heeft heel wat voorrekenen en overtuigingskracht gekost voor hij vrede had met onze keus.

De dorstige kever

Het gesprek op de sportschool ging over zonnepanelen. De enorme voordelen als je het geld voor de aanschaf hebt en kunt missen. Want die spaarbankboekjes leveren vandaag de dag met een beetje geluk één heel procent op. Dan ben je dus duidelijk beter af met een paar van die blauwe of zwarte platen op het dak. Deze dagen niet zo zeer maar als de zon zijn tijd weer krijgt en het energieverbruik afneemt dan kan de meter weer lekker teruglopen.
En met dat ik dit scenario schets komt er een nostalgisch beeld bovendrijven.

Lichting 68-2, ik moest in dienst van hare majesteit mijn vaderlandslievendheid tonen, zo nodig mijn leven geven. En ik werd ingedeeld bij de Verbindingsdienst, een super belangrijk onderdeel. Want ook eind zestiger jaren konden we niet zonder communicatie. Ik kreeg mijn opleiding in Ede, moest berichtenklerk worden. Een nogal oubollige benaming voor een functie die onmisbaar in het proces was. Wij, berichtenklerken moesten  zorgen dat de boodschappen verstuurd werden met het juiste communicatiemiddel naar het juiste adres. Neem van mij aan dat je, als dat niet goed gebeurt, de oorlog bij voorbaat verloren hebt.
Een van die communicatiemiddelen was wat we tegenwoordig de postbesteller of pakketdienst noemen. En in het leger heet dat de ordonnans.

Na mijn opleiding kwam ik op het stafgebouw van het eerste legerkorps terecht, het epicentrum van ons Nederlandse leger. Als berichtenklerk hadden we de beschikking over middelen als de veldtelefoon, de telex, radioverbindingen en de telegraaf. En natuurlijk de ordonnans die met een Volkswagen kever door het land kruiste. Dat wil zeggen, er waren zes of zeven kevertjes. De chauffeurs moesten iedere rit verantwoorden in hun logboek maar dat kon niet. Want er moest ook wel eens een ritje in ons eigen belang gereden worden, bijvoorbeeld een patatje halen of een zonnig plekje op de Veluwse hei zoeken. Voor deze doeleinden hadden we een van de wagentjes gereserveerd. Nauwkeurig werden de extra kilometers buiten het logboek genoteerd en in het weekend, als het stil op het kazerneterrein was, reden we het teveel aan kilometers er weer af. We draaiden rondjes achteruit om het achteraf gelegen voetbalveld waarbij de teller terug liep, dat kon toen nog. Het spreekt voor zich dat de verantwoordelijke beroepsmilitairen voor een raadsel stonden, reden de andere Kevertjes op een liter elf à twaalf kilometer, de extra gebruikte kwam steevast ergens tussen de een op zeven, een op acht uit. De dealer stond voor een raadsel, opnieuw afstellen had niets geholpen. Importeur Pon werd met een onderzoek belast,resultaat nihil.
Of men er ooit achtergekomen is? In ieder geval niet tijdens mijn diensttijd.

Sambal bij

Donderdagavond zag ik iemand genieten van met gember gevulde ontbijtkoek. Dat wil zeggen, nadat ze de stukjes gember eruit gehaald had. Mijn gedachten gingen meteen terug naar een oud collega. Voor onze lunch liepen we altijd langs een rijk gesorteerde balie en kozen we wat we lekker vonden. Hij nam een pakje komijnekaas mee, twee plakken. Dat smaakt natuurlijk best, ik deed dat ook regelmatig. Kun je je voorstellen hoe verbaasd ik was toen hij de komijntjes er een voor een uithaalde en toelichtte:’Ik hou niet van die pitjes in mijn kaas’?
Bij ons aan tafel schoof ook vaak een Javaan aan. Hij stelde zijn lunch gevarieerd samen, de ene keer, kaas, dan weer worst, ham enzovoort. Steevast ging er over zijn twee belegde boterhammen een flinke lik sambal. Zoveel dat ik me nauwelijks voor kan stellen dat hij nog proefde wat eronder zat. We hebben wel; eens gevraagd of hij dat broodbeleg hier niet lekker vond.
Ik heb daar wel iets aan overgehouden. Doe ik pindakaas op mijn boterham dan gaat er altijd een lepeltje sambal bij.

De Sinterklaassurprise

scannen0004Ik weet het slechts uit de overlevering, zover gaat mijn geheugen niet terug. Maar toen ik een jaar of twee, drie was kon ik de kleuren al benoemen die hij uit zijn tubes plakkaatverf perste om decoraties te maken voor onze kinderkamers. Je moet dan denken aan lampenkapjes, kapstokjes, dat soort dingen. En als ik zeg, kleuren benoemen dan heb ik het niet over rood, geel en blauw, dan gaat het over vermiljoen, oker en indigo. Misschien was ik wel een wonderkind, hou het er maar op dat mijn ouders dat verhaal wilden vertelllen.
Mijn vader, over hem heb ik het, schilderde graag en toen hij wegens ziekte niet meer werkte bracht hij veel tijd met penseel en olieverf door. Mocht iemand iets denken over appels en bomen, dat is waar, in dit geval. De hoeveelheid werkjes groeide gestaag en hij zocht een manier om er wat kwijt te raken. Toen Sinterklaas naderde kreeg hij een idee, hij maakte voor ons allemaal eenzelfde schilderijtje, deze clown. Achterop de nagenoeg identieke schilderijtjes plakte hij een nummer en de clowns werden vervolgens ingepakt en daarna van onze namen voorzien. En zo kregen we op de surpriseavond dat jaar allemaal een schilderij. We zaten elkaar een beetje aan te kijken, wat is de bedoeling hiervan? En toen kwam de aap uit de mouw, hij wees ons op het nummer dat we achterop konden vinden. Degene die nummer 1 had mocht als eerste een van zijn schilderijen kiezen, et cetera. En zo creëerde hij die avond een hoop ruimte voor nieuw werk.
‘Dat doe ik nooit meer’, mopperde hij later en ik begreep dat. Tien onnozele clowntjes schilderen, ik kan me een leukere invulling van mijn hobby bedenken.

Verplichte cursus

Even een kijkje achterom, terug in de tijd. Ik had een paar dagen eerder een gesprek gehad met mijn leidinggevende. Een soort exitgesprek. Ik deelde haar toen mede dat ik gebruik wilde maken met de regeling die ons sociaal plan bood en per eerstvolgende 1 januari mijn werkplek vrij zou maken, daarmee een jonge collega behoedend voor een overcompleetsituatie. Aardig hè 😉 . Het werd overigens uiteindelijk 31 januari, een laatste maand die ik als straf ervaren heb want alles was geregeld en overgedragen, ik heb gewoon mijn tijd uit moeten zitten. Maar goed, daar gaat het nu niet om.
Kort na dat exitgesprek zaten we weer tegenover elkaar.
Zij:’De bedrijfsleiding heeft besloten dat al het personeel op een hoger plan gebracht moet worden en een cursus moet volgen.’
Ik: ‘Lijkt me niet zinvol voor die paar overschietende maanden of het zou de Pensioen in zicht-cursus moeten zijn maar die is net afgeschaft bij wijze van bezuiniging.’
Zij: ‘Het maakt niet uit waar je voor kiest, al is het bij wijze van spreken bloemschikken, iedereen moet een cursus doen.’
Ik heb gevraagd of ze een gaatje in hun hoofd hadden en heb schouderophalend de kamer verlaten.
Waarom deze herinnering? Ik hoorde onlangs iemand die ook weer zo’n verplichte cursus opgedrongen krijgt, het alles voor iedereen principe dat kennelijk nog steeds wordt toegepast.