Kaas #WOT ’15-9

Om het weer goed te maken na het blogje van gister vandaag de echte #WOT, gisteren, dus donderdag geschreven. Martha koos kaas als woord van de week.
Al doet mijn naam anders vermoeden, als echte Hollandse kaaskop heb ik natuurlijk wel wat met dat woord. Eerst maar even de spreekwoorden, goed voor degenen die willen integreren tot echte kaaskoppen 😉 :

  • daar heeft hij geen kaas van gegeten.
  • de boter en de kaas te dik gesneden hebben
  • de kaas niet van het brood laten eten
  • er geen kaas van hebben gegeten.
  • zich de kaas niet van het brood laten eten
  • zich de kaas van het brood laten eten

Hier, in het Groene Hart, de landschapstuin van de Randstad kennen we de overheerlijke Leidse en Goudse kazen en de vele varianten daarop. Zo schreef ik over de Stolwijkse boerenkaas, over het Europese GTS-label voor kaas en over ‘mag het iets meer zijn’. Ook schreef ik over het mooie land waar onze kaas vandaan komt en over een memorabele ontmoeting bij de kaasboer. Kortom, kaas hoort erbij op mijn blog.
En niet alleen op mijn blog, ook op mijn bord. Wat is er lekkerder dan een snee Steenwijker roggebrood met een belegen boerenkaas uit deze streek belegd? Misschien dat kaasplankje als afsluiting van een feestelijke maaltijd, misschien een Limburgse trappist, een blauwaderkaasje, een cheddar, een zoute Beemster of Edammer. Ach, als het maar kaas is!

Onbekend #WOT ’15-9

Er is gisteren teveel gebeurd. Dingen die ik kan vermelden, andere dingen die ik voor me houd (dat moet immers ook kunnen). Uit de eerste categorie, we hebben als bestuur van de SWOS onze nieuwe wethouder kennis laten maken met wie we zijn, waar we voor staan, hoe we onze nabije toekomst zien. Een bijeenkomst die hopelijk het begin is van een goede samenwerking, wij gaan er in ieder geval voor.
Gisteravond ook weer de eerste bijeenkomst van het kookgilde gehad. Wegens een operatie van de meesterkok had dit even stilgestaan maar nu kunnen we weer verder. Met een sterk gewijzigde groep maar daarom niet minder gezellig. Leuk gewerkt en heerlijk gegeten bovendien!
Maar allemaal te weinig om er een blog over te schrijven dus greep ik terug op mijn achtervang voor de donderdag, de WOT van Martha. Ik greep mis, de opdracht van vorige week stond nog bovenaan. Niet dat ik daaraan meegedaan had, ik zou alsnog dat onderwerp hebben kunnen kiezen. Heb ik niet gedaan, je zal het met dit niemendalletje moeten doen, vandaag.
Ondertussen ga ik op zoek naar een onderwerp voor morgen. In verband met de Crocusvakantie wordt dat geen praatje/ plaatje, het schilderen gaat vanavond niet door. Maar ik vind wel wat.

Verhuizen, #WOT ’15-7

Een woord of liever een bezigheid waar ik niets mee heb. In de serie Mijn woongeschiedenis heb ik de verplichte verplaatsingen in mijn jeugd beschreven. Verhuizingen die ik niet zelf gekozen heb. De serie is niet helemaal af, ik ben nog een keer verhuisd, deze keer vrijwillig en naar een zelf gekozen adres.
Toen mijn toenmalige verloofde en ik besloten te trouwen gingen we op zoek naar een eigen huis, een eigen thuis. We kwamen allebei uit Utrecht maar wilden niet in die stad wonen (misschien zou ik daar nu anders over denken, de stad is erg veranderd). Toenmalige slaapsteden IJsselstein en Nieuwegein werden ook niet op het verlanglijstje toegelaten, Maarssenbroek en Houten waren alleen nog maar op papier aangewezen te groeien.
De zoektocht naar een geschikte koopwoning richtte zich in eerste instantie richtig het oosten. We hebben in plaatsen als Woudenberg en Scherpenzeel gekeken maar niets gevonden. Een advertentie in de krant bracht ons naar Schoonhoven, een plaats waar ik nooit geweest was, slechts kende an de topografieles. Ach, niet geschoten is altijd mis!
Dus reden we op een avond, na het werk naar de Zilverstad en troffen daar de aangeboden woning, krap twee jaar oud, in een nog kale nieuwbouwwijk, Onaangekondigd meldden we ons bij het verkopende stel en kregen een bezichtiging. Het leek ons wel wat en ik zocht contact met de makelaar, de man van een van onze telefonistes. Niet dat die relatie enige invloed had op het verkoopproces. Het verkrijgen van de benodigde hypotheek moest ik als een gunst van de baas ervaren, gezien mijn groeimogelijkheden binnen het bedrijf kon van de geldende regels wel worden afgeweken.
En zo kom ik dan uiteindelijk toch tot een verhuizing. Een verhuizing die grotendeels bestond uit het nieuw inrichten van de gekochte woning. Dus witten, behangen, schilderen, vloerbedekking, nieuwe meubels aanschaffen.

Achteraf denken we dat het een prima maar onbezonnen keuze was. Het huis bevalt nog steeds, we zijn nog altijd blij met de buurt. Maar we hebben toen geen enkele aandacht besteed aan zaken als bereikbaarheid, scholen voor de eventuele kinderen et cetera. Het kwam allemaal goed, gelukkig.
Verhuizen, vooralsnog een eenmalige ervaring onder eigen regie. Mogelijk moeten we eens kiezen voor een levensloopbestendige oplossing, op grond van dwingende argumenten kan dat gebeuren. Maar, dan moeten die argumenten zich maar aandienen. Verhuizen? Alleen als het moet.

Sleutel #WOT ’15-3

Zo af en toe pak ik een woordje mee op donderdag. Tegenwoordig komen de woorden van Martha en deze week is het sleutel. Een woord waar je veel kanten mee op kunt. Zelfs als je het fysieke instrument ter beschrijving kiest. Je hebt immers sleutels die op sloten passen maar ook stukken gereedschap om moeren en bouten mee aan te draaien, en die dan weer in soorten en maten. Ik noem zonder volledig te willen zijn de dopsleutel, de steeksleutel en de Engelse sleutel.

Ik kies evenwel voor de overdrachtelijke vorm, de opening naar bijvoorbeeld het succes, of juist het sluiten van mogelijkheden voor een ander door versleuteling via een toegangscode. In dienst hadden wij versleutelaars, mensen die opgeleid waren om teksten/ berichten in voor de leek onbegrijpelijke lettercombinaties om te zetten. Alleen de ontvanger die over de sleutel tot het ontcijferen beschikte kon de tekst weer in begrijpelijker taal omzetten. Wanneer je de sleutel vindt kun je de kennis tot je nemen. Zo niet dan blijft die figuurlijk achter slot en grendel.
Over figuurlijk gesproken, je hebt ook nog de sleutelfiguur die een sleutelpositie in de organisatie bezet.

Bolleboos #WOT ’14-

Laat ik nu het weeknummer kwijt zijn dus de titel oogt wat onvolledig. En ik ben niet zo’n bolleboos in rekenen dat ik het snel kan bepalen aan de hand van de datum. Het zal ongeveer week 39, 40 zijn, we zijn immers net aan het vierde kwartaal begonnen. Enfin, het woord deze week is dus bolleboos, een woord dat ik associeer met het beste jongetje van de klas, de intelligentste. Niet persé de slimste, daar heb je andere kwaliteiten voor nodig. Was ik de slimste dan had ik in de titel wel gebluft dat we in week 40 zitten. Maar toch in ieder geval een uitblinker qua kennisniveau. Laten we zeggen, een potentiële weekwinnaar bij ‘Het mes op tafel’.

Fiets #WOT ’14-36

Het is me al wel meer gebeurd, een write on thursday pas op vrijdag wereldkundig maken. En ook nu fiets ik hem er een dag te laat in. Hoewel, wel op donderdag geschreven, dat dan weer wel.
De fiets heeft voor mij een dubbelfunctie. Enerzijds is het niet meer dan een transportmiddel, de wielen die me van A naar B brengen. Dat was al zo toen ik van Utrecht naar Amersfoort moest voor mijn middelbare schoolopleiding. Dat was ook vaak het geval wanneer ik naar mijn werk ging, zowel woon- als werkadres in de Domstad. En ook nu nog, voor een boodschap, naar de sportschool of de SWOS. Gewoon woonwerkverkeer dus.
Maar de fiets heeft voor mij ook altijd een ander zinvol doel gediend, het recreatieve. Dat begon al als klein jochie, op een fiets met blokken op de pedalen. En als teenager, tochten van Ommen naar Utrecht, van Utrecht naar Valkenburg en weer terug, puur voor de lol van het fietsen. Later ben ik op een heuse toerfiets, zo’n racefietsachtige terechtgekomen en reden we tussen maart en oktober bijna ieder weekend een tocht en tussendoor de nodige trainingsritjes. En de laatste jaren gaan vaak de tweewielers op het fietsenrek, op weg naar een mooi plekje, ergens in Nederland. Zoals afgelopen dinsdag nog toen we een kleine vijftig kilometer tussen Son en Oirschot reden.
Tegenwoordig gaat het op een elektrische, een fiets met trapondersteuning. Dat doet niet af aan de beweging die nodig is om je te verplaatsen. Slechts bij (tijdelijk) afnemende kracht krijg ik wat hulp. Heerlijk toch, dat buiten spelen!

Gewoon, #WOT ’14-33

‘Ik maak zelf wel uit wat ik gewoon vind!’
Is dat niet wat iedereen doet? Want wat is nu helemaal gewoon? Is dat wat je gewend bent? Of wat je vroeger zo geleerd hebt? Is dat de grootste gemene deler?
Vinden jij en ik hetzelfde gewoon? Of is het juist ongewoon dat jij gewoon vindt dat ik het niet gewoon vind?
Ach, laat mij maar gewoon doen waar ik zin in heb en zoals ik het wil. Misschien ben je dat toch wel gewoon van me.
Gewoon een WOT op zaterdag, dus! Het enige dat aan deze WOT gewoon is is dat hij weer in precies 120 woorden geschreven is. Want dat is bij mij nu eenmaal wel de gewoonte.

De WOT-opdracht vind je hier.