Herinneringen van een oud politieman

Vandaag weer eens een gastblog van Jan Spier, de oud-politieman uit Utrecht. Het komt mij wel goed uit, kan ik gezellig met mijn vrouw onze trouwdag vieren. 37 Jaar geleden beloofden we elkaar eeuwig trouw, nou ja, tot de dood ons scheidt.

Herinneringen aan de paarden- en veemarkt

Goede herinneringen heb ik aan de tijd, dat ik vanaf 1964 tot 1972 dienst deed bij de bereden brigade. Aan die afdeling was het toezicht opgedragen aan de wekelijkse paarden- en veemarkt.

Bij toerbeurt deden we daar dienst, eerst nog aan de veemarkt aan de Croeselaan. Daar waren ook onze paarden  gestald bij de NV. Veestallen. Later verhuisden wij naar ons nieuwe onderkomen aan de Kaap Hoorndreef.

Ik was altijd wel in mijn nopjes als het mijn beurt was om op die markten dienst te gaan doen.
Er waren ook collega’s die hun beurt aan mij gunden en dan staldienst deden. Eerlijk gezegd, voelde ik me wel thuis tussen het vee en de veehouders, meer dan tussen de paardenhandelaren. Dat was heel ander volk, vond ik.

Wie mocht menen, dat het dienstdoen op de markten altijd een aardig en relaxt dagje tussen de handelaren, de paarden en het vee opleverde heeft het mis.

Op de oude veemarkt heb ik nog eens een proces- verbaal opgemaakt tegen een veehouder, die een koe aanvoerde met een overvol uier.(uiers stond er overigens in het W.v.S.) Dat werd voor de Kantonrechter nog een proefproces, maar voor de uitspraak er was overleed de veehouder en ging de zaak niet door.

Als het maandag paardenmarkt, of donderdag veemarkt was, liep de wekker in huize Spier om 5 uur af. Om half zes ging ik dan samen met collega P. Arts ( R.I.P), die er altijd voor vast dienst deed, op weg. Hij woonde op een steenworp afstand van mij. Op dat tijdstip was er dan al een hele bedrijvigheid. Bij de ingang van de veemarkt stond een dierenarts, bijgestaan door een assistent,  (bekkenbreker genoemd) die de aangevoerde dieren op het oog keurde of er sprake was van mond-en-klauwzeer.

Tijdens de aanvoer stond ik ook vaak aan de poort en dan pikte ik er zo nu en dan een koe uit, waarvan de horens in de kop waren gegroeid en etterende wonden hadden veroorzaakt. Ik maakte dan proces verbaal ter zake van dierenkwelling. Die horens werden er vervolgens door de bekkenbreker met een staaldraad afgezaagd, terwijl ik hem assisteerde door de kop van het dier vast te houden.

Als ik dan proces verbaal opmaakte werd mij dat lang niet altijd in dank afgenomen, want zo luidde het argument, de koe ging toch naar de slacht.

Zo zette ik eens een koe apart die ernstig kreupel was. Nu wilde het geval, dat de koe werd aangevoerd door een veehouder die in “hoog aanzien” stond, want behalve, dat hij voorzitter was  van een vee- en vleesvereniging, had hij ook een bevoorrechte plaats waar zijn vee in de hal ter verkoop stond, kortom een man met wie niet te gekscheren viel.

Ja, en toen kwam de hoofdagent Spier op zijn pad met in zijn kielzog een man of 10 handelaren. Dreigend hief hij zijn wandelstok. “Dus jij maakt proces- verbaal op tegen deze koe?” “Nee, meneer,” antwoordde ik,  ”ik maak proces- verbaal op tegen de eigenaar van deze koe en dat bent U toch?”

“Dat had je me jaren geleden niet geflikt, want dan was het slecht met je afgelopen,” was zijn wederwoord, terwijl de wandelstok zo te zien nog steeds dreigend in mijn richting wees.

“Ik zie, dat je aanhang genoeg hebt”, zei ik toen, “wie is de eerste die mij op mijn bek wil slaan?

(Ik vond het toen nodig over te schakelen naar een minder beleefde toon. Tenslotte  staat er geschreven: Een ieder hoorde, dat er in zijn eigen taal gesproken werd. Maar er meldde zich niemand en allen dropen af.)

Leuke voorvallen deden zich ook voor.

Zo stonden er in alle vroegte in  het bureau eens een  tiental heilsoldaten in uniform met halleluja hoedjes  voor mijn neus. Of ze op de markt mochten collecteren.

“Ho, ho,”sprak ik streng, “hebt u wel een vergunning van de burgemeester?” De majoor trad met een bekommerd gezicht naar voren. Was die dan wel nodig commandant? Ja, die was nodig! Maar hoe lossen we dit nu op? Vervolgens vroeg ik of zij het bekende lied van Zachéus wel kenden. ( Zachéus was een tollenaar, klein van stuk die in een boom klom om Jezus te kunnen zien. Deze geschiedenis is te vinden in het bijbelboek Lucas 19 vers 1-10 )

“Ja,” riepen de heilsoldaten in koor. ‘Oke”, zei ik,”dan zullen we nu dat lied gaan zingen; ik zal rapport uitbrengen en wellicht zal de burgemeester dan zijn hand over zijn hart strijken.

Terwijl ik als dirigent op een stoel klom, zongen de soldaten het lied van Zachéus:

Zachéus was een kleine man, dat weet u wel misschien,
hij klom vlug in een vijgenboom, hij wou de Heer graag zien.
Maar toen de Heiland kwam voorbij, keek hij naar boven juist en zei:
“Zacheus, kom eens uit, ‘k moet heden in uw huis.”

Of de heilsoldaten daarna een ruime oogst aan giften hebben binnengehaald vermeldt de geschiedenis helaas niet.

Na het zingen van dat lied ging een ieder blij en met een vrolijk hart zijns/ haars weegs.

Van een heel ander niveau is het verhaal van Joop de sigarenboer.

In het restaurant van de veemarkt was er behalve een filiaal van de middenstandsbank ook een ruimte voor Joop die er zijn rookwaren verkocht en die, de  onreine begeerten van zijn klanten kennende, ook seksboekjes in het assortiment had. De vrouw van Joop leverde eveneens een bijdrage aan het gezinsinkomen en maakte de toiletten schoon. Met enige regelmaat vond zij dan in een vertrekje dat een mens nederig houdt, de pas aangeschafte lectuur en die bracht zij dan ijlings weer verborgen onder haar schort naar haar wederhelft, die het opnieuw verkocht.

Op een marktdag maakte ik als te doen gebruikelijk een praatje met hem. Op z’n Utregs.

“Alles goed Joop, hebbie al een plakkie kaas op je broad verdiend?”
“Zeker weten”, zegt Joop lachend, en op een seksboekje wijzend, “deze hebbik al vijf keer verkog vandaag.”

Advertenties

Gepubliceerd door

carel de mari

Tot 2005 was ik werkzaam als productontwikkelaar en projectleider in verzekeringsland. Het moet daar geweest zijn dat ik getraind werd in het kort en bondig schrijven van notities en brochureteksten. Nu heb ik de grootst mogelijke moeite een verhaal in meer dan 1000 woorden te vertellen. Maar een verhaal vertellen, dat moet ik! In eigen beheer gaf ik eerder uit "Marokkaans koken en andere verhalen" (zie mijn weblog) en in de verhalenbundels "Adrenaline" en "30 Openbaringen" staat ook een bijdrage van me.

8 thoughts on “Herinneringen van een oud politieman”

  1. Goede Carel,

    Allereerst van harte gefeliciteerd met het feit, dat je vandaag 37 jaar getrouwd bent. Ik hoop, dat je geniet van je dagje uit. Ook je rozenknopje van harte gelukgewenst, dat zij het 37 jaar lang met je uitgehouden heeft. Ha, ha.
    Ik voel me gevleid, dat mijn bijdrage in jouw blog mocht staan.

    Heb mijn hartelijke groeten en nog een fijne dag,

    Jan

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s