Olympische gedachte

Vandaag beginnen de zomerspelen in Londen. De oorspronkelijke olympische gedacht, Meedoen is belangrijker dan winnen, doet al spelenlang geen opgeld meer. Terecht, lijkt mij. Een topsporter sport om te winnen, om het hoogst mogelijke in zijn of haar sport te bereiken, om grenzen te verleggen, records te verbeteren.

Ik ben geen topsporter, nooit geweest. Simpelweg omdat mij het talent ontbreekt. Wel heb ik mijn leven lang gesport, ik vind dat een heerlijke bezigheid en het schijnt nog goed voor een mens te zijn ook.
Daarnaast vind ik de sociale contacten erg belangrijk. Ik ben, wat je noemt, een teamsporter.

Het aantal sporten dat ik al dan niet voor langere tijd beoefende is behoorlijk lang. Het begon met voetbal bij KDS, Kracht Door Samenspel of bij ons in de wijk de Katholieke Dood Schuppers (op zijn Utregs uitgesproken dan). Eenmaal op het internaat werd het vooral hockey en zaalhandbal.
Via het bedrijf waar ik werkte heb ik een aantal jaren getafeltennist in competitieverband, overigens met weinig succes. Dat uitblijven van sportieve successen is wel de story of my live, ik kan er niet echt mee zitten. Na mijn diensttijd werd het weer voetbal, bij zaterdagonderklasser LEVU, team 3. Geweldig laag maar ook ontzettend leuk. Nog steeds kom ik met enige regelmaat voetbalmaatjes van me tegen en halen we herinneringen op.

Aan het voetballen kwam een einde toen ik in 1976 trouwde en in Schoonhoven ging wonen. Ik meldde me aan bij een van de toen nog twee plaatselijke tennisclubs, schafte me een zo’n houten racket aan kreeg wat lessen. Het ging redelijk behalve als ik bovenhands moest slaan, serveren en smashen ging ten koste van mijn toch al zwakke rug. Dat leidde uiteindelijk tot stoppen en ik zocht mijn heil in zaalvoetbal. Een aantal jaren heb ik het doel verdedigd van ons afdelingsteam in een groots opgezette bedrijfscompetitie. Omdat die competitie stopte moest ik omzien naar een nieuwe bezigheid en dit keer werd het volleybal, recreatief, geen competitie meer. Tot ook hier mijn rug het welletjes vond.

Dan maar geen balsporten meer, maar stilzitten was ook geen optie. Ik kocht een toerfiets (en dat is geen racefiets) en reed wat rondjes, hier door de waarden. Alleen, maar dat vond ik (en vind ik nog) niet vervelend. Ons bedrijf was in die tijd hoofdsponsor van de KNWU (wielerunie) en de personeelsvereniging had een grote tourclub die ook tochten organiseerde. Datzelfde voorjaar reed ik mijn eerste 100 kilometertocht, de Grenslandklassieker. Een fikse klus, die Utrechtse Heuvelrug is wel wat anders dan de vlakke polderwegen hier. Maar ik had de smaak te pakken, kocht een tweedehands racefiets en meldde me aan bij de tourclub van de zaak. Op voorwaarde dat we slechts een paar ritten zouden verzaken kregen we fietskleding van het bedrijf, hetzelfde pakje als dat waarin de nationale selecties reden. Dat was wel eens leuk, zoals die keer dat we door Brabant fietsten met een man of twintig en de mensen enthousiast zwaaiden naar de nationale selectie. Die spontaniteit was verdwenen toen we dichterbij kwamen, al die veertigers met kalende koppen en beginnende buikjes. Zo heb ik menig tochtje gereden, al dan niet in clubverband.

Ook deze club viel uit elkaar en ik fietste vaak alleen. In ieder geval raakte ik het ritme kwijt, hoefde niet meer iedere zondagochtend ergens aan de start te staan. Op mijn vijftigste ruilde ik de racefiets in voor een race ATB, een kruising tussen een racefiets en een mountainbike. Geen fietscomputertje meer, ik vond dat ik me niet meer steeds hoefde te verbeteren. Maar ik hield wel plezier in het fietsen. Nog steeds, al is het nu op een gewone fiets. O ja, rond de eeuwwisseling heb ik ook nog even aan hardlopen gedaan. De Radio Rijnmondloop, (10 km tijdens de Rotterdamse marathon), de kwart marathon van Utrecht en de singelloop in Gouda. Dat was geen succes, ik zeg het eerlijk. Ik kwam steevast als een van de laatsten binnen. Dat is tot daar aan toe maar ik beleefde er ook geen plezier aan. ‘

En nu? Twee keer in de week naar de sportschool, een uurtje trainen op de cardiotoestellen en met gewichtjes. Net genoeg om een natte rug te halen en een paar kilootjes kwijt te raken. Gewoon af en toe een wandeling maken of een tochtje van veertig, vijftig kilometer fietsen. Op mijn gemak, genietend van de omgeving en de natuur. Voor mij is meedoen nog altijd belangrijker dan winnen, ik ben een conservatieve sporter als het om de olympische gedachte gaat.

Advertenties

Gepubliceerd door

carel de mari

Tot 2005 was ik werkzaam als productontwikkelaar en projectleider in verzekeringsland. Het moet daar geweest zijn dat ik getraind werd in het kort en bondig schrijven van notities en brochureteksten. Nu heb ik de grootst mogelijke moeite een verhaal in meer dan 1000 woorden te vertellen. Maar een verhaal vertellen, dat moet ik! In eigen beheer gaf ik eerder uit "Marokkaans koken en andere verhalen" (zie mijn weblog) en in de verhalenbundels "Adrenaline" en "30 Openbaringen" staat ook een bijdrage van me.

2 thoughts on “Olympische gedachte”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s